Welkom op Web Tales

De meest innovatieve schrijverswebsite in de Nederlandse taal


Schrijfopdracht

Dialoog - hoe doe je dat? (Les 04)
22-01-2017 17:45
terug naar het schrijfopdrachten overzicht
Aantal deelnemers : 0

Laatst gaf ik een workshop over dialoog. Daar kwamen zulke leuke verhaaltjes uit dat ik besloot een verkorte versie van deze workshop als schrijfopdracht hier op Web Tales te plaatsen.

Dialoog dus. Twee of meer mensen die met elkaar praten. Ze communiceren en delen daarmee informatie en gevoelens. Aan de manier waarop mensen praten, kan je afleiden hoe ze zich voelen, wat hun achtergrond is, wat hun intenties zijn. Dialoog is dus heel belangrijk!

Maar hoe je dat, dialoog? Het is één van de middelen om een verhaal te vertellen. Daarom zijn er, net als voor bijvoorbeeld beschrijvingen en acties, richtlijnen welke het verschil maken tussen ‘goed’ en ‘slecht’ dialoog. Of eerder: interessant en minder interessant dialoog. Niet alle informatie of situaties zijn geschikt om aan de hand van dialoog te vertellen. Je gebruikt dialoog liever niet:

Om te laten zien dat een gesprek te lang/saai/ongemakkelijk is.

Bijvoorbeeld: een docent houdt een preek tegen zijn leerling over diens slechte cijfers. Enkele zinnen dialoog is prima, maar je hoeft niet het gehele gesprek op te schrijven, tenzij er een verrassende wending in zit.

Dit kan voldoende zijn:

“Ik nam plaats op de beklaagdenbank, die stoel aan de andere kant van zijn bureau. ‘Je hebt zeven onvoldoendes,’ zei Engelbert. ‘Ja,’ zei ik. ‘Heb je wel enig idee wat dat betekent?’ Ik vocht ertegen mijn ogen open te houden terwijl Engelbert een uur lang bleef blaten over mijn onvoldoendes.”

Om lezersinformatie* te geven.
*informatie waarvan je denkt dat de lezer die moet weten maar die niet per se relevant of passend zijn om te vertellen.

Bijvoorbeeld: “Gisteren zag ik je neef die van school is gegaan en drugsverslaafd is geraakt.”

Om een personage over zichzelf te laten vertellen.

Bijvoorbeeld: Een vriend vraagt: “Waarom kom je niet meer naar dansen?” De jongen antwoordt:  “Mijn ouders waarderen het niet dat ik dans, omdat ze denken dat een jongen moet voetballen. Ik moet er vaak om huilen en ik heb het gevoel dat ik hen teleur stel.”

Dit is ook een vorm van lezersinformatie geven. 

Om een onsamenhangend gesprek weer te geven.

Bijvoorbeeld: “Ja, en ik dacht, duh, natuurlijk, weet je, het is niet alsof, weet je wel?” Waarop de ander zegt: “Begrijp ik volledig, weet je wel, het is, duh! Oké?”

In dit soort gevallen kan je vaak beter een “tell-zin” gebruiken: "Het gesprek ging nergens over."

Hoe gebruik je dialoog dan wel?

Naast de richtlijnen voor 'beter niet bij dialoog', zijn er wat mij betreft vier tips die je dialogen meer waarde mee kunnen geven. 

Tip 1: Focus op de dialoog, niet op de uitleg daarvan. 

Vermijd bijwoorden als “boos, verdrietig, enthousiast” na “zegt/zei”. Gebruik ook zo min mogelijk de “creatieve” dialooglabels als “huilen, verzocht, snikken, schateren, schreeuwen”, etc. De drie belangrijkste werkwoorden om achter een dialoog te plaatsen zijn “zeggen, vragen, vertellen”. Deze woorden vallen niet op waardoor er meer aandacht is voor het dialoog zelf. Dit houdt ook in dat dialoog zo kort mogelijk moet zijn. Zelfs als personages iets uitgebreid vertellen, bijvoorbeeld een korte geschiedenis of ingewikkelde gebeurtenis, vertel dan alleen het hoognodige in een dialoog. Lees het desnoods voor jezelf voor om te controleren of de uitleg goed loopt. 

Tip 2: Vind inspiratie in het echte leven!

Je kan inspiratie vinden voor (personage-specifiek) dialoog door naar de gesprekken van andere mensen te luisteren, bijvoorbeeld in de bus, in een winkel, als je met vrienden of collega’s bent, etc. Luister ook vooral naar hoe mensen praten en reageren, niet alleen waarover ze praten. 

Tip 3: Gesproken dialoog is niet hetzelfde als geschreven dialoog

Hoe wij met elkaar praten verwoord je niet hetzelfde als twee personages die met elkaar praten. Geschreven dialoog is vaak kort, zowel in zinsopbouw als in de lengte van de dialoog. Zelfs als gesprekken ongemakkelijk worden, is het niet de bedoeling ze te laten afdwalen.

Tip 4: Dialoog heeft een functie

In het dagelijks leven hebben gesprekken vaak een sociale functie: sociaal zijn, stiltes vullen, praten om ergens over te praten, het laatste nieuws delen, vertellen hoe het met elkaar gaat. In een verhaal moet dialoog ook een functie hebben, maar deze moet een bijdrage leveren aan het verhaal. Een dialoog moet nieuwe informatie weergeven, een verrassende wending of grap bevatten, een conflict opbouwen, een belangrijke wijsheid, etc. 

Om bovenstaande theorie te oefenen heb ik twee opdrachten voor jullie.

Opdracht 1

Deze opdracht kan je alleen doen, maar met iemand samen is nog veel leuker! Schrijf een scène met enkel dialoog zonder dialooglabels. Stel je voor dat twee vreemden elkaar ontmoeten bij een bushokje. Je mag zelf bepalen of je vanuit je zelf schrijft of vanuit een personage. Je zult merken dat een kale dialoog vaak niet een hele bladzijde in beslag neemt. 150 woorden is een mooi streven.

Opdracht 2

Zet een echt gesprek om naar geschreven dialoog. Dit kan een gesprek zijn dat je zelf hebt gevoerd, een gesprek dat je toevallig opving, een discussie op televisie of radio, etc. Wanneer mogelijk kan je ook een gesprek opnemen, al dan niet in scène gezet. In deze opdracht hoeft het geen kale dialoog te zijn (mag wel), je mag ook beschrijvingen en acties gebruiken. Schrijf een verhaaltje van circa 400 woorden. 

Succes!
 
Web Tales is niet verantwoordlijk voor de inhoud van de werken noch voor de reacties die op de schrijfopdrachten worden geplaatst. Als les materiaal voor interpretatie vatbaar is, kunt u ervan uit gaan dat ze nooit in strijd zijn met de algemene voorwaarden van Web Tales.


klik hier om een vraag te stellen over deze les.