Welkom op Web Tales

De meest innovatieve schrijverswebsite in de Nederlandse taal


Lokken is een kunst XXX - Controle ( 2/2 )


Geschreven door Eichnon
19 juni 2019 21:03
Categorie: Vervolgverhaal

vorig deel: Lokken is een kunst XXX - Controle (1/2)
volgend deel: Lokken is een kunst XXXI - Meer controle (1/2)

Leestijd: ca. 8 min.
Aantal keer gelezen: 114 Aantal reacties: 5
Aantal leden : 0
 0
De Auteur wil graag inhoudelijk en technisch commentaar op zijn werk
Gin-tonic, veel gin-tonic. De ene keer gekruid met koriander, dan weer met aardbeien of oranjebloesem. Gedimde lichten en een oneindige stroom aan geroezemoes die samen met de alcohol in mijn bloed, het denken volledig verlamden. Geen zorgen meer om Kate, of Mallory, of linkse sandaaldragers die drugs kopen uit een plastic tas van de Aldi. Er was alleen nog drank en vergetelheid,…, en een meisje.
 
Ze was naar me toe gekomen, buiten, waar roken nog mag. Sandra? Cassandra? Misschien wel Barbara. Iets met een ‘a’.
“Hey,…euh, zou ik misschien een sigaret van je kunnen krijgen.”
Ik hou er niet van wanneer mensen bedelen om een sigaret en zeker niet wanneer ze lijken op een dwergvrouwtje met lepra dat nog amper op haar benen kan staan.  Toch had ze iets waardoor ik haar niet dadelijk afsnauwde en ik haar niet wees op de longkanker die ze ongetwijfeld zou krijgen. Misschien was het wel mijn wazige blik die alles in een mooier perspectief plaatste. Ondanks haar uiterlijk dat meer deed denken aan een aardappel dan aan een vrouw, straalde ze als de verloren schat van Ali Baba, beschenen door de diffuse straatverlichting en enkele spots die strategisch tussen de straatstenen geplaatst waren en hun bundels licht naar boven wierpen. Haar donkerbruine lokken glansden als in een televisiereclame, barstend van natuurlijke en versterkende elementen, proteïnen en onbestaande vitaminen die ergens uit een zeldzame plant in Brazilië gewonnen werden. Zo leek het althans.
 
Zonder te antwoorden had ik haar een sigaret aanboden, cool en afstandelijk als de grote mysticus, de halfgod die zich verwaardigd had even op aarde rond te struinen. Ondanks de gin-tonics die ik reeds achter de kiezen had, voelde ik hoe het binnenin begon te branden en hoe ook het staal zorgde voor een ongekende oververhitting.
“Heb je ook een vuurtje?”
Na alle frustraties en emoties van de afgelopen dag, was dit simpele zinnetje het kantelpunt. Hoog opgestookte vlammen likten aan mijn binnenste en schroeiden mijn ziel. Natuurlijk kon zij de humor niet vatten en ongetwijfeld interpreteerde ze mijn glimlach totaal verkeerd, maar voor mij was het alsof de spanning barstte, de strakgespannen koorden die me verankerd hadden in uitzichtloze situaties, knapten en ik meegezogen werd in een maalstroom van onbezorgdheid en relatieve rust.
Breed lachend had ik haar vuur aangeboden en keek toe hoe ze vol overgave de rook naar binnen zoog en een askegel produceerde die tot bijna halfweg haar sigaret reikte.
“Ik ben Bianca. Heb je zin om nog iets te drinken?”
“Ik ben…dronken, maar ja, ik wil best nog iets drinken.”
Alsof mijn woorden de grappigste waren die ze ooit gehoord had, begon het meisje uitbundig te lachen, luid, met een schelle toon die waarschijnlijk niet alleen bij mij pijnscheuten in mijn hoofd produceerde. Afkeurend werd er gekeken en gefluisterd, terwijl Bianca zelf alle moeite van de wereld had om recht te blijven op haar wankele benen en amper haar balans wist te behouden.
 
Nog één, twee, drie, wellicht meer gin-tonics waren gevolgd, afgewisseld met een of ander brandend drankje, sigaretten en iets in een shotglaasje waar ik me de smaak of de naam niet meer van herinner. Lallend had ze verteld over haar leven, haar nest kittens en haar job als boekhoudster, die volgens haar interessanter was dan men zou vermoeden.
“Ja, ik ben mijn promotie aan het vieren.”
Het feit dat ze deze promotie op haar eentje vierde, was gewoon een bevestiging van wat ik al had vermoed. Ze was saai en had geen vrienden. Ook ik tolereerde haar slechts om haar fascinerende lokken, die door de verschillende lichtreclames in de bar een steeds veranderend aanschijn kregen. 
 
“Hey, euh… hebt je het ook zo wallem?”
Het had even geduurd eer ik haar gemompelde en met dubbele tong gesproken woorden kon ontcijferen, maar haar wit weggetrokken gelaat sprak boekdelen. Zonder een antwoord af te wachten, was ze rechtgestaan en aan haar spurt naar buiten begonnen. Her en der botste ze tegen tafels, stoelen en mensen, maar niets leek haar te kunnen stoppen. Zelfs de kwade blikken en snerende vloeken leken geen impact meer op haar te hebben. Pas in het smalle steegje naast de bar had ik haar bijgehaald. Huilend stond ze tegen de muur geleund, terwijl ze al haar ingewanden uit haar lijf leek te kotsten. Als een echte gentlemen had ik haar lokken naar achteren gehouden om hen toch enigszins te vrijwaren van het toxische vocht dat ze produceerde.
“Gaat het?”
Ze had slechts geantwoord met een nieuwe golf braaksel.
 
Het staal had, als altijd, zijn werk accuraat en snel verricht. Een korte glinstering in het maanlicht, een snelle haal, een secure snede.
Bianca, het vierende kotsende meisje, had er waarschijnlijk zelfs niets van gemerkt. Ze was enkel nog in staat om zielig te kreunen en het laatste restje drank, ongetwijfeld vermengd met gal, aan de straatstenen te schenken.
Ook voor  mij was het een anticlimax geweest. Geen extase of adrenalinerush, geen jacht, zelfs geen minimale voldoening. Het was slechts een toegift aan het staal, een verplicht nummertje waarmee ik hoopte mijn vriend een tijdje te kunnen sussen.
 
“Zal het gaan? Ik moet eigenlijk naar huis?”
Verbaasd had ze opgekeken met een gezicht dat nog steeds lijkbleek was en nu versierd was met zwarte mascarastrepen, overal waar haar kotstranen gevloeid hadden en rond haar mond en kin brokken en stukjes van ondefinieerbare herkomst. “Nu al? Nog eentje? Kom bij mij thuis nog iets drinken, wie weet, gebeurt er nog iets spannend.”
Met de onhandigheid van een pasgeboren olifantenjong had ze geprobeerd om me te omhelzen terwijl de draden slijm en kots aan haar kin vervaarlijk heen en weer zwierden. De zure walm die uit haar mond kwam, blies me een stap naar achteren, waardoor ze onfortuinlijk haar evenwicht verloor en met een smak op de grond terecht kwam. Onbeholpen was ze even blijven liggen, hysterisch giechelend alsof de waanzin haar te pakken had, om daarna om te rollen, dwars door haar eigen braaksel..
Even voelde ik een opstoot van medeleven, misschien zelfs empathie. Het was een zielig hoopje ellende dat daar lag, stinkend, uren in de wind en thuis, een nest jonge kittens die op haar wachtte. Filosofische hersenkronkels met een psychologische oorsprong drongen binnen in mijn benevelde geest en ik besefte dat ik misschien Kate en Mallory wel als mijn eigen jonge kittens aanzag. Misschien had ik helemaal geen medelijden met Bianca, maar was zij momenteel slechts een emotioneel substituut voor  de twee zussen. Misschien had ik wel enkel medelijden met mezelf.
Ondanks mijn impulsieve weekhartigheid liet ik Bianca achter, alleen, besmeurd en met een gezicht dat het midden hield tussen zombie en spook. De woorden die ze me nageroepen had, waren zonder gehoor in het niets verdwenen. Het klonk als iets over een ‘loodzak’, wat dat ook moge zijn.
 
Mijn terugtocht naar huis is nog slechts een troebel waas, met veel strompelen, veel zuchten en menig bijna-val, die in mijn herinnering met sierlijke souplesse vermeden werden. Ook de filosoof was nog steeds aanwezig, dat weet ik bijna zeker. Vaag herinner ik me bespiegelingen en inzichten in het leven die, mochten ze gereconstrueerd kunnen worden, ongetwijfeld het aanschijn van mijn universum zouden veranderen en wellicht de zin van het leven konden blootleggen. Het is alsof alle antwoorden op alle vragen die ooit gesteld werden, verzameld zijn op het puntje van mijn tong, maar hoe hard ik ook zoek, het puntje van mijn tong vind ik niet meer terug.
 
Na een veel te lange tocht, die de ontnuchtering enigszins had ingeleid, was ik thuis aangekomen waar geen kittens te bekennen waren, zelfs geen verdwaalde zwerfkatten.
Het was een oase van rust die me verwelkomd had. Een rust die ik dadelijk overnam en door mijn hele lichaam voelde spoelen. Geen geratel, geen schreeuw om aandacht, alleen het bed dat mijn naam nog fluisterde en me lokte met haar sirenenzang. Zelfs de lokken liet ik aan hun lot over, opgesloten in mijn donkere broekzak, zonder label, zonder klasseren.
 
Terwijl het krakende vinyl het einde van het nummer aangeeft, hoor ik hoe een sleutel in het sleutelgat gestoken wordt. De krik en de krak worden gevolgd door Mallory die na opnieuw een nachtshift de woonkamer binnensloft.
“Hey, goeiemorgen iedereen. Ik ben thuis.”
Mallory’s glimlach doet me smelten, maar zowel Kate als ik mompelen slechts een begroeting terug die enige vorm van enthousiasme mist. Even glijden Mallory’s lippen langs mijn wang om even later het ritueel te herhalen bij haar zus.
“Pfffff, zware nacht, maar jullie klaarblijkelijk ook. Een feeststemming kan je het hier niet noemen.”
Opnieuw wordt er wat gemompeld. ‘Ja zware nacht, hoofdpijn, hormonen,…’, uitvluchten die er amper in slagen om de waarheid te verhullen.
“Oké, dan ga ik maar slapen, slaapwel.”
“Hmmm, ja, slaapwel.”
 
Twee paar ogen kijken toe hoe Mallory de trap bestijgt en ik besef dat dit niet de thuiskomst is die ze verdient. Liefst van al zou ik haar volgen en me nestelen in haar armen tot al mijn zorgen opgelost zijn in het niets. Ik wil me bergen in leegte en roezen langs haar banen, haar ruiken, niet slechts haar lokken, maar haar hele zijn.
Het geluid van de sluitende slaapkamerdeur is voor Kate het signaal om de stilte tussen ons te doorbreken.
“Heb je het aan haar verteld?”
In haar ogen lees ik een angst die ik er nog niet eerder zag. Hoewel haar woorden zachtjes binnendrijven, voel ik het prikken van de scherpe ijskristallen die in haar wolken gevormd worden.
Ontkennend schud ik het hoofd.
“Heb jij haar iets verteld?”
Ook Kate schudt het hoofd.
Ergens voelt het aan alsof de immense ijsvlakte die ons van elkaar scheidt, langzaamaan begint te smelten. Toch ben ik me er erg van bewust dat ik niet weet of deze ijsvlakte zich op de Noord- of de Zuidpool bevindt. Mogelijks vinden we onder het ijs uiterst vruchtbaar land, maar het zou ook zomaar kunnen dat we in een woelige zee terecht komen waar verdrinken niet uitgesloten is.
Toch dartelt er ergens een wit konijn over de vlakte, goed gecamoufleerd en moeilijk waarneembaar. Slechts wanneer het beweegt geeft zijn opwippende staartje zijn locatie prijs.
Alles in me nijpt en wriemelt en hoewel ik mezelf geen enkele schuld toedicht, voel ik toch de drang om het konijn te laten bewegen en de impasse te doorbreken.
 
“Euh, … weet je…. gewoon….sorry.”
Onderzoekend kijkt Kate me aan, alsof ze te weten wil komen of ik het wel echt meen. Toch zie ik achter haar vorsende, doordringende blik het begin van een glimlach.
“Ach…Jordi is niet echt mijn beste vriend of zo… eigenlijk is het een arrogant ventje dat best eens op zijn plaats gezet mocht worden.”
Ook bij mij breekt nu de glimlach volledig door.
“En…euh,…weet je….ook sorry.”
Het lijkt wel alsof Disney zijn nieuwst kaskraker heeft gelanceerd, over een wit konijn en een onoverbrugbare ijsvlakte, en naar aloude gewoonte zorgt voor een happy end en een warme knuffel. Samen dansen we op de tonen van de het krakende vinyl dat bij gebrek aan groeven nog slechts een statisch ruis produceert.
Onbevangen geef ik me over aan haar vochtige, pas gewassen lokken en glijdt in haar dromen en verlangens. Ik dwaal en verdwaal, botsend op een bitterheid die er voordien niet was, een nuance die de perceptie verandert. Het onbekommerde lijkt wel ingekapseld, omwald door duistere visioenen en sporen van angst. Toch zwijg ik en houd mijn waarnemingen voor mezelf. De magie van het moment is te sterk om nu te verbreken, of dat had ik toch gehoopt.
 
Het snijden van de bel beëindigt bruusk onze innige dans en in Kates ogen zie ik dat ze hetzelfde denkt als ik: verdomde hippies.
“Echt… ik zweer het… ik heb niemand uitgenodigd.”
De toon van haar stem en de angst die gelaagd aanwezig is, laten er geen twijfel over bestaan dat ze de waarheid spreekt. Toch beseffen we allebei dat de mensen die hier wel permanent lijken te kamperen, het niet zo nauw nemen met regels en afspraken.
Terwijl ik naar de deur wandel, neem ik mezelf voor om vriendelijk te blijven, tenzij het die verdomde Jordi is natuurlijk. Met mijn hand op de deurknop, volgt een tweede belsalvo dat mijn hoofd opblaast als een luchtballon in de vorm van een kruisraket en mijn irritatiepeil naar een ongekende hoogte pusht. Klaar voor oorlog ruk ik de deur open.
“Hallo, goeiemorgen.”
Paniek waait binnen en in de achtergrond verdwijnt alle kleur uit Kates gelaat.
Snorremans!
 
© Eichnon. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.
Nota:
leuk gevonden door: Breinpijn, September
Profiel foto van Breinpijn
OEF, wat een clifhanger van de bovenste plank. Die ha dik niet aan zien komen. Snorremans. Ja, en wat nu? 

Ik ga verder niets zeggen anders verlies ik me in superlatieven. Feit blijft dat ieder deel voor mij een hoogtepunt van verbale superioriteit is. Laat dat genoeg zijn. En nu ga ik hem nog een keer lezen!

De eerste cliffhanger in het verhaal, dat werd stilaan tijd ook.
Bedankt voor je steeds inspirerende woorden. (Ik weet trouwens al 'wat nu', maar jij nog niet - nanananana ;).
Ik zorg ervoor dat je niet te lang aan die klif moet blijven hangen. 
Profiel foto van Twicedoubleyou
Weergaloos, Eichnon!
Zo geweldig weer qua beeldspraak, humor, gebeurtenissen. Subliem vlechtwerk. En ik wist het: Kate en hij leggen het bij...<img  data-cke-saved-src='img/smileys/smile1.gif' src='img/smileys/smile1.gif' alt='<img src='img/smileys/smile1.gif' alt=':)' Title=':)'>' Title='<img src='img/smileys/smile1.gif' alt=':)' Title=':)'>'> 
(En als ze het niet hadden bijgelegd dan had ik vast iets anders bedacht of het schoorvoetend toegegeven...)

Ook vind ik de cadans en de verhaallijn zich mooi ontwikkelen; steeds meer inzichten ontstaan er, over hemzelf en ook mbt de rol van het staal. Want wat is die nu eigenlijk? Steeds meer ga je van gekte en onrust naar een, ondanks (of dankzij?) de dronkenschap, 'kalmer', meer gecontroleerd weten. En dat zonder de hilariteit te verliezen of moraliserend te worden. (De vraag is echter of je dat weten letterlijk moet benoemen zoals je dat doet ergens: 'hij voelde zowaar iets van empathie'... of dat je dat de lezer zelf mag laten invullen. Ik snap 'm wel goed in het kader van zelfonderzoek/oprechte constatering bij hemzelf. Maar het komt op meerdere momenten terug).
Vergeet ik bijna te noemen dat de flashbacks heel mooi toegepast zijn. 

Al met al schets ik vooral mijn beleving/ 'analyse' als lezer en ik ervaar daarbij meerdere lagen, en dat vind ik echt gaaf. Het is een genot om te lezen! 

 

Bedankt Twicey

Om eerlijk te zijn was het oorspronkelijk niet de bedoeling dat Kate en hij het zouden bijleggen, maar ik moest toch iets doen met die ijsvlakte en dat wit konijn <img src='img/smileys/tong1.gif' alt=':P' Title=':P'> . 

De empathie heb ik vernoemd omdat het nieuw is voor hem, anders dan anders. Hij heeft wel eerder een zekere inleving gehad of zelfs stukjes meegeleefd, maar dan maakte hij steeds deel uit van de situatie. In dit geval krijgt hij informatie en voelt hij iets, los van wat hij gezien heeft, gewoon omdat hij Abdul beschouwt als vriend. ( maar ik zal het eens onderzoeken want ik denk inderdaad dat er toch zeker 2x een verwijzing naar empathie is <img src='img/smileys/wink3.gif' alt=';)' Title=';)'> ;)

Alleszins bedankt voor je volgen en je steeds interessante noten en analyses. 
De knoop in mijn maag zegt denk ik voldoende, en de zucht die ontsnapt nadat ik het had uitgelezen.
Hoe verwonderlijk het allemaal ook overkomt. Doorspekt met fijnzinnige humor de taal omfloerst zelfs, laat ik het gebeuren, bij mij binnen komen, geboeid over deze onzichtbare wereld, waarin je zoveel blootgeeft maar net datgene waarnaar wij als lezer hunkeren, naar op zoek zijn, blijft toch nog weer even achterwege. Wat schetst mijn verbazing, hij vervalt weer in zijn oude patroon.
En hoe, het zo te benoemen, de perikelen rond het dwergvrouwtje het verwondert me, met een overgave schrijf je. Een nieuw personage gelijk zo neerzetten, dat vraagt om veel inlevingsvermogen. Ik walgde van de hele situatie en tegelijkertijd een vreemd onbestemd verlangen zich bij mij openbaarde. Om meer van haar te weten te komen, meer willen weten van haar.
Je zet de zaak weer op scherp, Snorremans laat ik rusten, hij roept teveel vragen op, voor nu even.
Hij doet iets met mijn humeur.<img src='img/smileys/sad1.gif' alt=':(' Title=':('> Met veel bravoure is dit hoofdstuk geschreven en toch daarin het ontluisterende zo stil makend mooi. He eindelijk heb ik het woord, was er vanaf het begin aan naar op zoek, zorgvuldig geschreven, daar gaat ook veel in schuil.<img src='img/smileys/hug2.gif' alt='(hug)' Title='(hug)'> Erg mooi.

Ik leg graag knopen in mensen hun maag, ik beschouw het als een succes. 

Bianca zullen we waarschijnlijk niet meer terugzien, maar je weet maar nooit. Misschien komt hij ze morgen weer tegen op de markt en koopt hij wel een katje van haar, of misschien heeft hij wel ooit een boekhoudkundig probleem (fout in de balans of zo - alhoewel nu ook weten dat haar balans niet altijd even goed zit.) Zeg dus nooit nooit. 

Of Snorremans de boel komt verzieken dat zullen we volgende keer ontdekken. Laten rusten lijkt me voorlopig een goed plan. 
Ik hoop dat je humeur ondertussen terug <img src='img/smileys/smile1.gif' alt=':)' Title=':)'> is. 

Zoals steeds, veel dank. 
(mouse)
Profiel foto van esperanza
Echt heel mooi! 
De politie... Spannend! 
Het was weer een fijne deel om te lezen, maar ik blijf wel met veel vragen over... 

Dank, Sila. 
Als de vragen op zijn is het verhaal gedaan, dus ik vrees dat die vragen nog wel even zullen blijven. Ik vrees zelfs dat je op het einde nog met vragen achterblijft. 

Bedankt voor je volgen, lezen en reageren <img src='img/smileys/yes1.gif' alt='(Y)' Title='(Y)'>
Profiel foto van September
Het was een groot genoegen en ervaring om dit deel ( en de vorige delen) te lezen Eichnon. Dit deel kent weer zulk mooi vlechtwerk. Het ontsnappen uit een benarde verkilde situatie thuis en het introduceren van een dwergvrouwtje wat zeer goed en voelbaar omschreven is in een teloorgang, vervallen in oude gewoontes ( mede of vooral zo ik het lees door de invloed van het staal en de gemoedstoestand) maar toch weer op een duidelijk andere manier. Alsof het niet meer, of anders vervult. Het maakt een mooie verhaallijn of anekdote in dit deel. Het is mooi dat de draad met Kate weer uitgesponnen wordt in weergaloze omschrijvingen ( je moet er maar opkomen, briljant) en zij het bijleggen in een stuk waar de zachtheid weer terugkeert en een andere gelaagdheid. Dat er plots aangebeld wordt en Snorremans aan de deur staat had ik absoluut niet verwacht en voelt eigenlijk als een enorme anti-climax. Naast een reikhalzend uitzien naar het volgende deel. Schitterend geschreven Eichnon en een verrijkende ervaring. Vriendelijke groet.