Welkom op Web Tales

De meest innovatieve schrijverswebsite in de Nederlandse taal


Kubus


Geschreven door J.A. XXer
15 juni 2019 13:24
Categorie: Fantasy

Leestijd: ca. 7 min.
Aantal keer gelezen: 67 Aantal reacties: 8
Aantal leden : 2
 0
Dit werk heeft op de voorpagina in de spotlight gestaan




Het zweet liep over zijn lijf toen hij eindelijk het plantsoen bereikte. Het was de combinatie van snel lopen, spanning en een flinke dosis waakzaamheid die zijn hart op dubbele snelheid deed kloppen. Niemand mocht hem zien. Twintig jaar geleden was het, tot op het uur nauwkeurig. Die nacht dat de tovenaar in zijn leven was gekomen met de opdracht die nu ten einde zou komen. Hij wist natuurlijk niet of het daadwerkelijk een tovenaar was, maar de man had er zeker zo uitgezien. Een wilde grijze haardos, een flinke puntbaard en een cape die de outfit van Zorro deed verbleken, het had toen geen twijfel geleden: dit was een magiër.

Vandaag moest hij de volgende stap van zijn opdracht uitvoeren en niets kon hem daar vanaf houden. Niet dat de tovenaar hem bedreigd of betoverd had, nee, niets van dat alles. De grijsaard had een kleine zwarte kubus onder zijn mantel vandaan gehaald en liet het kleinood boven zijn hand zweven. De oppervlakte van de kubus was spiegelglad, maar reflecteerde nagenoeg geen licht, wat hem een diepzwarte fluwelen uitstraling gaf.
‘Je hebt vanaf nu nog maar één doel,’ sprak de oude man met een donkere, raspende stem. ‘Bewaar dit precies twintig jaar op een veilige plaats. Laat het aan niemand zien, vertel er niemand over en, in vredesnaam, blijf er met je tengels van af. Het lijkt een klein vierkant blokje, maar schijn bedriegt. Het kan dodelijk zijn’
De man had het kleinood aan hem overhandigd en de seconde dat zijn vingers het aanraakten ging er een krachtige tinteling door zijn lijf. Een elektrische lading, maar op een prettige manier. Toen hij opkeek naar de magiër was die verdwenen, ondanks dat de deur nog steeds gesloten was en er luiken voor de ramen zaten. Er gebeurde nog iets vreemds; de prettige tinteling veranderde langzaam in een nerveuze kramp in het diepste van zijn ingewanden. Dit MOEST veilig opgeborgen worden, al was het het laatste dat hij zou doen.

Het moment was nu aangebroken. Twintig jaar waren verstreken en zijn handen groeven in de vochtige aarde. Niemand had hem gezien en het plantsoen was in die twee decennia van een populair park in een verwaarloosd stukje groen veranderd. De maan was vol en voorzag in voldoende licht op de momenten dat de wolken opzij schoven. Een bosuil liet zijn ongenoegen blijken met een spookachtige roep, die na echode tegen de muren van het nabijgelegen kasteel. Het had een ideale verstopplek geleken, ver van de wandelpaden, op zeker een meter diepte. Het kasteel was een monument, ze zouden het niet in hun hoofd halen om hier te bouwen. Hij had gelijk gehad, al die jaren was er weinig veranderd. Een doffe klop deed hem zijn adem inhouden. Met glinsterende ogen veegde hij het laatste beetje aarde van het houten deksel dat hij zojuist blootgelegd had. Het lag er nog! Voorzichtig stak hij zijn handen langs de zijkanten van het kistje en trok het voorzichtig omhoog. Eerst zat er geen beweging in, maar al snel voelde hij het loskomen. Een laatste krachtinspanning deed het kistje losschieten en even later lag het voor hem op het mos. Zijn vingers zochten nerveus in zijn jaszak naar zijn sleutelbos. Hebbes. Door het zand moest hij even in het slot blazen maar wonder boven wonder werkte het nog. Even hield hij zijn adem in toen een zachte tik klonk. In gedachten telde hij tot drie voordat hij het deksel open trok. Na twintig jaar lag ze er nog steeds zo prachtig bij als op de dag dat hij haar erin gelegd had. Het zwarte materiaal absorbeerde de manestralen alsof er deze nacht geen licht was en bij de eerste streling ging dezelfde elektrische tinteling door hem heen als toen die eerste nacht.

Een scherp gekraak haalde hem ruw uit zijn gedachten. Zijn hartslag schoot omhoog en maakte het bijna onmogelijk te luisteren naar omgevingsgeluid. Stond er iemand naar hem te kijken? Snel deed hij het deksel van het kistje weer dicht en pakte de boodschappentas die hij meegenomen had. Het kistje paste er precies in en terwijl hij nerveus om zich heen keek maakte hij aanstalten om zo snel mogelijk uit het plantsoen te verdwijnen.
‘Waarom zo’n haast man?’ Een scherpe stem klonk achter hem. Snel draaide hij zich om.
‘Geen haast. Fijne avond.’
‘Niet zo snel mannetje. Wat heb je daar in die tas zitten?’ Het was een andere stem dan zojuist en nu verschenen er drie mannen tussen de bomen.
‘Ben jij soms zo’n viezerik die hier ’s nachts met zijn fantasieën door het bos loopt?’
Hij voelde dat dit wel eens uit de hand kon gaan lopen en begon de andere kant op te lopen. Het duistere drietal anticipeerde achter snel en voordat hij tien stappen gezet had was zijn weg weer geblokkeerd.
‘Vertel ons eens, wat heb je in de tas zitten? Toevallig iets te drinken?’
Voorzichtig schudde hij zijn hoofd zonder het drietal aan te kijken. Dit mocht niet gebeuren. Twintig jaar, twintig jaar had hij de kubus veilig verborgen. Nu zou alles voor niets zijn geweest. Waar was die verdomde magiër als je hem nodig had. Misschien dat het door zijn afwachtende houding kwam, of door zijn stotterende stem, maar toen hij besloot het op een lopen te zetten was het drietal te verrast om hem tegen te houden. Een hand gleed langs zijn capuchon zonder er grip op te krijgen en even voelde hij dat hij een kans had. Met grote stappen rende hij langs de oude eiken en de sprong die hij maakte over een diepe greppel had een Olympiër zeker met verbazing doen opkijken. Af en toen kwam de maan achter de wolken vandaan en liet zijn heldere stralen over de kasteelmuren gaan. Zijn stappen klonken helder en luid toen hij uit het bosje op de straatstenen rende, maar ook de voetstappen van zijn achtervolgers ondergingen deze transformatie.
‘Daar is ie, pak hem!’
Voor zover dat mogelijk was versnelde hij zijn pas ondanks dat zijn longen hem waarschuwden voor een naderend einde van deze krachttoer. Een kleine poort verscheen in het maanlicht en hij dook gebukt de schaduw in. Er was een stalen hekwerk, maar de nachtgoden waren hem gunstig gezind: het stond wijd open. Door het hek kwam hij op het kasteelplein en even wist hij niet welke richting te kiezen. Het plein was een meter of dertig in doorsnee en op het eerste gezicht waren er twee andere ingangen aan de overkant. Zijn gedachten tikten bijna lichtsnelheid aan en hij besloot de linker poort aan de overkant te nemen. De voetstappen achter hem waren al een tijdje verdwenen, hopelijk omdat zijn achtervolgers verdwaald waren of de moed opgegeven hadden. De tas met het kistje begon steeds zwaarder te worden, hij moest hier een einde aan maken. Voorzichtig liep hij naar de overkant van het kasteelplein zonder teveel geluid te maken. Ook het poortje aan de overkant leek open te staan, het leek wel of de kleine kubus het geluk afdwong.

‘Waar dacht jij zo snel heen te gaan?’ Het was de man die als eerste in het bos gesproken had. Hij kwam door het poortje op hem af lopen. Een vloek ontsnapte aan zijn lippen en razendsnel draaide hij zich om. De snelheid liet hij weer snel varen toen hij zag dat de andere twee via de overige poorten het plein op kwamen lopen. Het was afgelopen. Tenzij hij kon vliegen zat hij als een rat in de val. Het drietal omsingelde hem snel en hij voelde een sterke arm de tas met het kistje uit zijn vingers rukken.
‘Nee, jullie weten niet wat daarin zit!’
De kleinste antwoordde: ‘Dat klopt inderdaad, we hebben geen idee. Daarom leek het ons een goed idee dat zelf eens te bekijken.’
Hij had zich in zijn leven nog nooit zo machteloos gevoeld. Het drietal kon gewoon doen wat ze wilden. Er was hier niemand die hem zou kunnen helpen, en als dat wel zo was geweest, wat had hij dan kunnen zeggen over zijn aanwezigheid? Niemand mocht van de kubus afweten, had de magiër gezegd. Niemand. De pijn in zijn buik bekrachtigde die opdracht nog eens.
‘Het is maar speelgoed voor mijn zoon, laat het alsjeblieft zitten.’
‘Verstop je altijd speelgoed om middernacht in een van God verlaten bos? Ik vind het een mooi verhaal, maar ik kijk liever zelf.’ Het was weer de kleine man die sprak. Heel even moest hij denken aan een gezegde over de volhardendheid van kleine mannen. Door zijn betraande ogen zag hij hoe de kerel de tas op de kop hield en het houten kistje over de stenen rolde.
‘Geen drank , baas.’
‘Je kan niet alles hebben. Wat zit er in dat kistje?’
De man die als tweede gesproken had in het bos probeerde het kistje te openen. Het zat niet meer op slot dus veel moeite zou hem dat niet kosten.
‘Alsjeblieft, laat het dicht. Ik neem het mee en niemand zal ooit iets van deze ontmoeting weten.’
De kleine man begon hard te lachen, bijna zoals Dracula in de oude films. Het geschater klonk helder en weerkaatste terug vanaf de middeleeuwse muren. Hij stak zijn handen uit naar de tweede man.
‘Geef hier dat ding.’
De tweede man overhandigde het kistje zonder morren.
‘Hij zit niet op slot baas, je kan gewoon dat clipje...’
‘Ik weet hoe ik een kistje open moet maken, idioot.’ Om zijn woorden kracht bij te zetten deed hij het deksel open en voor een seconde keek hij naar de kubus. Langzaam bewoog hij zijn hand naar het zwarte blokje, bijna in slow motion. Toen zijn vingers nog een paar centimeter van de kubus verwijderd waren leken er wat vonken over te springen. Het weerhield de man niet om de kubus nog meer te naderen en al snel werden de vonkjes een bliksempje die energie geleidde. Er klonk een zacht gezoem dat steeds luider werd en overging in een geknetter. De man gooide het kistje op de grond terwijl hij luid vloekte, maar de bliksem bleef aan zijn vingers vastzitten. Het gevloek veranderde in geschreeuw en hij liet zich op zijn knieën zakken. Heel even leek het geluid wat minder te worden, maar op dat moment vertakte de bliksem zich in drieën en sprong ook naar de overige twee overvallers. Daarna knetterde het weer in volle kracht verder. Voor een buitenstaander was het een vreemd gezicht. Drie volwassen mannen zaten op hun knieën op het binnenplein van een oud kasteel, met in hun midden een kistje met een zwarte kubus. Ze waren door middel van bliksemstralen verbonden met het kleinood en hun geschreeuw ging door merg en been. Een vierde man stond er op enige afstand naar te kijken, zijn kleine sprongetjes verraadden zijn opwinding.
‘Dat krijg je er van. Ik heb jullie gewaarschuwd. Met je tengels aan andermans spullen zitten.’

Even plotseling als het gebliksem begonnen was stopte het ook weer. De stilte werd alleen verstoord door de bosuil die zijn ongenoegen over de nachtelijke drukte uitte. Het drietal bleef levenloos op de stenen liggen terwijl er kleine spiraaltjes rook in de richting van de maan zweefden. Snel liep de man naar het kistje om het deksel te sluiten. Hij had geen angst voor de kubus, hij had hem ten slotte twintig jaar lang beschermd. De Jumbotas lag nog op de grond en met een snelle beweging stopte hij het kistje weer veilig terug. De weg lag aan de noordkant van het kasteel, dan moest hij de poort achter zich hebben. De avonturen van de nacht hadden hem behoorlijk vermoeid en het vooruitzicht van zijn warme bed deed hem zijn pas versnellen. Als de magiër zijn kubus terug wilde hebben zou hij moeten komen halen, hij had hem de vorige keer ook gevonden. Zijn twintig jaar waren volbracht.



 

© J.A. XXer. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.
Nota: Omdat 's nachts schrijven nog steeds lastig voor me is ben ik afhankelijk van momenten van rust overdag. Vandaag was zo'n dag. Toen ik uit bed stapte dacht ik 'kubus.' In de auto dacht ik: wegrennen omdat iemand de kubus af wil pakken. De rest kwam vanzelf. Ik wilde dit graag posten, ik schrijf toch al zo weinig, dus vergeeft me de fouten die er ongetwijfeld in zitten. Het is net af. Hopelijk veel leesplezier.
volgende werk van deze gebruiker
volgende
volgend werk in de lijst
volgende
volgend Verhaal
volgende
leuk gevonden door: Breinpijn
Profiel foto van Breinpijn
Nee, nee, ik wil het niet; ik vergeef je de foutjes niet!!! ......Geintje, hoor; natuurlijk begrijp ik dit. Het is allang schitterend dat je ons weer weet te verblijden met een verhaal. 
En het verhaal staat. Ik vond het alleen jammer, maar dat is mijn ding dat het een open einde was. Ben daar niet heel gek op, maar ik doe het zelf ook wel eens dus niet zeuren BP. Toch wil ik natuurlijk graag weten hoe het afloopt. Wat is die kubus nu eigenlijk? Wat doet het en wie is die magiër? Veel vragen waar ik waarschijnlijk over ga dromen.
Het is een verhaal met spanning. Je leeft mee met de hoofdpersoon ofschoon je hem niet benoemt. Er zit een overval en een achtervolging in. Ik vroeg me alleen wel af hoe die drie mannen zo snel in dat kasteel geraakten. De een door het poortje waar hij door wilde gaan en de andere uit de andere twee. Misschien teleporteurs (hihi). 
Spannend dus en daarom is de sfeer ook zo raak. Goed getroffen doordat je de achtervolging uitsmeert. Dan de climax waarin de overvallers lik op stuk krijgen. 
Goed verhaal, maar wellicht iets te snel geschreven inderdaad. Ik heb het idee dat je er meer uit had kunnen halen. 
Blij dat je weer schrijft, kerel.


Af en toen kwam de maan achter de wolken vandaan 
>af en toe

Het was rustig op de zaak en dat kubusding zat me dwars. het moest eruit. En dat posten is ronduit verslavend!
Profiel foto van monkey
Tjeetje, waar haakje het vandaan. Kubus en wegrennen en villa een volledige verhaal.
Ik ben het met Breinpijn eens, nu zit ik met de vraag. Wie is die tovenaar en wat zit er in die kubus?
Ik hetgeen fout gevonden, maar heb jeverhaal ook in een adem uitgelezen.
 

Dank je Monkey, zo gaat dat soms. Ik heb ook weer een deel van het ratjongen en inspecteur verhaal af, al is die een tikkeltje macaber deze keer. leuk dat je er weer was!
Profiel foto van esperanza
Geweldig! Echt iets dat voor mij bewijst dat jij een grote schrijver bent. 
Ik heb met plezier gelezen. J.A. en ik ben blij een werk van jou te lezen. 

Dank je wel Sila, dat zijn fijne complimenten!
Profiel foto van De Vos
Natuurlijk lees ik dit verhaal, het komt immers van jouw hand ! En dat is altijd kwaliteit gewaarborgd.
Het leest zeer lekker weg, en buiten het feit dat de uil twee keer hetzelfde ongenoegen uit, heb ik niet onmiddellijk commentaar of foutjes gevonden. Er zit de nodige sfeer in, mystiek en spanning.
Ik ben het niet eens met Ron : dit is geen open einde.... Het is een begin van een vervolgverhaal.
En nu ben je natuurlijk verplicht om hierop verder te gaan. Succes ermee, ik zal het in elk geval volgen.

Nee, nee, nee.... het kan echt niet. Ik mis de nachten doorhalen enorm, maar ik zie het gewoon niet meer goed s avonds. Daarbij ben ik nog met Neon Dromers aan de slag, wat ook al veel te lang duurt. Bedankt voor je complimenten en de sterren!
Profiel foto van astra
Allereerst: het is weer een prachtig JJAX verhaal geworden met spanning in overvloed.
Doordat de kater op mijn toetsenbord ging zitten, kwam ik eerst onderaan bij de reacties terecht. Misschien dat ik daardoor ook tegen wat 'foutjes' aan liep. Zo suggereer je eerst dat de hemel helder moet zijn, want de maan schijnt volop en even later komt de maan achter de wolken tevoorschijn. Maar het stoort mij niet, ik lees geen dictee, maar een verhaal om in meegesleept te worden. En dat ging weer prima.
Toch blijf ik aan het einde wat ongemakkelijk hangen: het einde is zo open dat ik wat teleurgesteld om me heen kijk.
Maar blijven posten hoor, ik blijf je graag lezen.
 

haha, ik heb ook een hekel aan open eindes. Heel even dacht ik nog aan de tovenaar die terug komt om de kubus op te halen, maar dan zouden er nog steeds zoveel vragen blijven staan. Het moet voorlopig maar zo blijven. Wie weet stop ik het nog eens ergens in. Leuk dat je er weer bij was!
Ik heb er ook van genoten, een mooi kort gehouden, aandoenlijk en tegelijkertijd spannen verhaal,
in een sfeer die ik wel kan smaken. Als ik in je nota lees van waaruit het ontstaan,
dan is dit toch wel knap..je schrijft heel gericht en toch omfloerst.
Vooral rond deze sfeer in je verhaal komt dat heel mooi tot zijn recht.
Voor mij is het wel een afgerond geheel, omdat de overvallers allemaal om komen ,
en hij min of meer ongeschonden uit de strijd komt. Graag gelezen.<img src='img/smileys/smile1.gif' alt=':)' Title=':)'>

Misschien denk ik teveel aan gevoelens, omschrijvingen, en minder aan een afgerond, duidelijk verhaal. Het kwam ook zomaar op. Dank je wel voor je bezoek en de sterren!
Profiel foto van Lea Wuyts
Normaal lees ik geen verhalen, maar van dit verhaal heb ik genoten...
Klasse!

Groetjes

Daar doe ik het voor!
Profiel foto van Ryara
Ik zit op een vliegveld in Salt Lake City en mag dit verhaal van jou lezen. Nou, een betere thuiskomer kan ik me niet bedenken. Nee, ik heb geen moeite met het open eind, want met deze kwaliteit en met deze voorzichtige opening waaruit al zóveel verhaallijnen ontspringen, zou je een zevendelige Harry Potterachtige reeks moeten schrijven om iedereen tevreden te stellen. Ik geniet gewoon van de momentopname van een goed geschreven, mooi gedetailleerd verhaalfragment, dat toch min of meer afgerond lijkt. Het beschrijft tenslotte in zijn geheel een stuk waarin een kubus twintig jaar verborgen is geweest en met gevaar voor eigen leven wordt beschermd. Laat de magieër nog maar even sluimeren, wie weet komen er losse flarden zoals dit en wordt het pas over twinitg jaar tot een boek gesmeed.  

Ah, Salt Lake. Ben er geweest. Ik moest nog een een klein stukje toen, naar de snelste plaats op aarde: Bonneville Salt Flats. Ze schijnen ten onder te gaan aan de klimaatverandering, maar of dat de echte oorzaak is.... Bij mijn weten zijn ze nu geld aan het inzamelen, to preserve the Flats! Leuk dat je er weer bent, en nog leuker dat je zo'n mooi compliment post. Tot snel weer hier, ik stap zo maar eens in de auto om al die Webtalers weer eens in het echt te zien.