Welkom op Web Tales

De meest innovatieve schrijverswebsite in de Nederlandse taal


De profetie - deel 26


Geschreven door Mirah
15 maart 2019 11:39
Categorie: Fantasy

vorig deel: De profetie - deel 25

Leestijd: ca. 6 min.
Aantal keer gelezen: 25 Aantal reacties: 2
Aantal leden : 0
 0
De Auteur wil graag inhoudelijk en technisch commentaar op zijn werk
De ochtend brak aan maar Ozar had geen oog dichtgedaan, zijn hart deed pijn, alles aan hem deed pijn.  De ganse nacht had hij op het dek doorgebracht met Han naast zich.  Er was geen spoor te zien van het bootje en was bang dat ze de verkeerde richting waren uitgevaren of erger.  Zijn maag voelde aan als een pijnlijke knoop waardoor hij het aangeboden ontbijt weigerde dat Sid hem bracht.  Bovendien nam hij het zijn vriend kwalijk dat hij gevallen was voor de valse charmes van Zosah, maar dan nog, het zou allemaal niets aan de zaak hebben veranderd.  Het was zijn eigen fout dat ze het woud hadden verlaten.  Hij had haar moeten beschermen.  Grasduinend in de pijnlijke herinneringen, herinnerde hij zich dat hij in slaap was gevallen en dat ze in zijn armen had gelegen.  De gedachte dat ze haar uit zijn armen getrokken hadden en haar vervolgens vastgebonden hadden was te zwaar om te verdragen.  Hij omklemde de reling tot zijn knokels wit zagen. 
‘Waarom…’ schreeuwde hij woedend in de wind. 
Han omklemde stevig zijn arm en zei vastberaden ‘We zullen haar vinden Ozar en we gaan die Zosah een lesje leren.’  De woorden van Han brachten hem een beetje troost, maar de angst bleef. 
Plots bleef zijn blik haperen op iets dat er even geleden nog niet was.  Hij knipperde een paar keer met zijn ogen en zag het nog steeds. 
‘Daar!’ schreeuwde hij luid ‘Ik zie iets dat lijkt op een bootje.’  Han keek in dezelfde richting en zag het nu ook.  Ezahrkrijgers gaven bevelen door in een vreemde taal en het schip corrigeerde automatisch zijn koers.  Ozar aarzelde geen seconde en stormde naar Chiria om haar op de hoogte te brengen.  Zodra hij de boodschap had doorgegeven liep hij terug naar het opperdek om nu duidelijk te zien dat het een bootje was.  Iets klopte er niet.  Ongeduldig staarde hij in die richting en zocht met gespannen spieren de hele omgeving af terwijl hij de reling stevig omklemde.  Veel te langzaam verminderde de afstand.  Ozar zocht naar tekenen van leven, maar zag niets.  Zijn hart ging als een razende tekeer.  Hij kon het niet langer verdragen.
‘Mirah!’ schreeuwde hij en hij speurde met angst die zijn hart als een zwaard doorboorde naar het wateroppervlak voor hem. 
‘Mirah!’ schreeuwde nu ook Han.  Het wachten werd hem teveel en zonder nog langer te aarzelen trok hij met ruwe, zenuwachtige bewegingen zijn laarzen en harnas uit om ze op het dek te smijten, ging op de reling staan en sprong in het water. 
Terwijl hij zwom keek hij zowel onder als boven water.  Flitsen beladen met herinneringen kwamen voor zijn geestesoog voorbij toen hij samen met Mirah had gezwommen in het meer bij de Ezahr.  Met moeite verdrong hij de herinneringen en concentreerde zich op het bootje. 
‘Mirah’ schreeuwde hij terwijl hij half in paniek een slok water binnenkreeg.  Zijn hart ging wild tekeer terwijl hij de laatste afstand overbrugde en kwam bij het bootje aan.  Met een enorme krachtinspanning trok hij zichzelf op aan de rand van het bootje en liet zich erin vallen.  Ontnomen van al zijn krachten door de gedachte dat Mirah hier ergens verdronken moest zijn, bleef hij liggen waar hij lag, want Mirah was er niet, niemand was aan boord.  Zijn snelle hartslag klonk hem nutteloos in zijn oren.
‘Ozar’ riep een stem van ergens voor hem.  Als verdoofd ging hij rechtzitten en keek naar de plaats waar de stem hem geroepen had.  ‘Ozar, kijk!’ riep Han die voor hem in het water zwom.  Hij keek naar de plek die Han aanwees en zag een lichaam drijven. 
‘Nee,’ zijn stem klonk scherp van verdriet en sprong weer het water in.  Gelijk met Han kwam hij aan bij het lichaam en zag dat het niet Mirah was maar een man.  Zijn oog viel op iets wits.  Hij kon zijn ogen eerst niet geloven maar herkende met zekerheid Cian’s wit gevederde pijlen. 
‘Cian…’ riep hij uit terwijl hij weer wat hoop kreeg.  Vanop het schip riepen nog meer stemmen zijn naam.  Hij keek in de richting van de wijzende armen en zag er nog meer lichamen drijven.  Vliegensvlug controleerde hij de lijken en herkende telkens Cian’s pijlen.  Zosah zag hij echter nergens.  De opluchting was van korte duur.  Met krachtige slagen zwom hij weer richting het bootje.  Han volgde hem.  Hij speurde er ditmaal geconcentreerd de bodem af en zag enkele bloedvlekken in het hout. 
‘Mirah…’ kreunde hij terwijl zijn ogen wazig werden en neerknielde op die plaats om met zijn handen de plek beroeren waar ze gelegen had alsof dat iets van zijn en haar pijn kon verzachten.  Plots voelde hij een koud voorwerp meeschuiven met zijn hand.  Hij knipperde met zijn ogen en hield verbaasd haar gouden armbandje in zijn hand.  Han die zich ook in het bootje had laten vallen, kwam naar hem toe en herkende het voorwerp dat Ozar vasthield.  Ozar werd zich bewust van de warmte die van het armbandje uitging en voelde diep in zijn hart dat ze nog leefde. 
‘Maar waar is ze,’ riep hij hartverscheurend.  Ook Sid en Rave sprongen nu in het water en zochten de omgeving af.  ‘Waar ben je Mirah,’ vroeg hij aan het armbandje alsof al zijn hoop erop gevestigd was.  Er gebeurde niets maar de warmte bleef.  Hij reikte met zijn andere hand naar de leren veter om zijn nek en bevestigde daarrond het gouden armbandje samen met haar gevlochten haarlok.  Toen hij het armbandje ter hoogte van zijn hart hing maakte de warmte die ervan uitging hem rustiger.  Hij schrok toen Han een hand op zijn schouder legde en Rave met een stuk touw naar hem toekwam. 
‘Ozar, kijk!’ zei hij ‘Het touw is overgesneden.  Ze leeft nog en is gered.’ 
Hij knikte en zei ‘Ik moet de koningin spreken en snel’.  Na nogmaals gecontroleerd te hebben of het armbandje stevig zat sprong hij weer in het water.  Het laadruim stond reeds open en Chiria stak haar hand al uit om hem uit het water te trekken.  Ook koningin Jolizah stond hem op te wachten. 
‘Koningin Jolizah’ zei hij nog voor hij goed en wel uit het water was ‘Ik voel dat ze nog in leven is,  Cian’s pijlen getuigen van zijn eerdere aanwezigheid.  Maar Zosah is…’
‘Koningin Jolizah, Ozar,…’ kwam een bleke Thymos tussenbeide ‘Ik heb heel kort een glimp van Mirah opgevangen.  Ze zit op een vissersschip van de reuzen.  Zosah heeft de controle over het schip opgeëist.’  Thymos zag de hoop in de ogen van Ozar uitdoven maar zei snel ‘Er is ook goed nieuws, Cian is nog steeds bij haar.’
De koningin werd op haar beurt nog bleker dan ze al was.  Ontzet zei ze ‘Met een dergelijk schip zal ze voor ons in het Rijk der duistere Landen zijn.  Als ze daar aankomt is ze voor altijd verloren.’ 
Ozar’s hoop zonk nog verder in zijn schoenen, maar hij vermande zich en greep Thymos schouders stevig vast ‘Hoe is het met haar?  Is ze gewond?  Heb je haar gesproken?’
‘Ja, door de ruwe zee wist ze zich overboord te laten vallen.  Cian heeft de reuzen ingeschakeld om haar uit de zee te halen, net voor Zosah dat kon.  Hij kon echter niet verhinderen dat Zosah aan boord kwam.  Ze dreigt de reuzen te vermoorden als ze haar niet gehoorzamen.’
‘Je hebt haar toch gezegd dat we onderweg zijn?’ vroeg Ozar indringend.
‘Dat heb ik, maar nadat ze in het kort haar verhaal verteld had viel het contact plots weg, vermoedelijk door toedoen van Zosah.’
Ozar moest zich inhouden om niet woedend te worden. 
‘Hoe?  Was dat mens bij haar?  Heeft ze…’ begon Ozar die zich meer en meer ongerust maakte.
‘Zosah is een tovenares, ze kan magie in haar omgeving opsporen en wellicht ook verbreken.  Maar Cian is bij haar,’ probeerde Thymos hem gerust te stellen.  De woorden die hij hoorde klonken helemaal niet geruststellend.  Zijn oog viel op de roerloze witte vleugels.
‘Waarop wachten jullie?  Erachteraan…’ riep Ozar verontwaardigd.
Koningin Jolizah keek hem ontzet aan, maar Chiria schoot hem te hulp en zei: ‘Ofwel zwem ik erheen, met het risico dat ik het niet haal, maar ik laat haar niet aan haar lot over.’  Han, Sid en Rave waren ook bij hem komen staan met in hun ogen een strenge blik die geen tegenspraak duldde. 
‘Jullie begrijpen het niet…’ begon koningin Jolizah. 
‘De uitleg mag je onderweg geven,’ onderbrak Han haar.  ‘Ik ben bereid mijn leven te geven voor Mirah.  Ze is mijn vriendin net als die van jullie.  Jullie hebben haar toch niet voor niets weer bij Ozar gebracht om het nu op te geven?’ 
Koningin Jolizah leek even besluiteloos, maar verharde toen haar blik en zei ‘Goed, maak het schip in gereedheid.  Al betekent het het einde van de Ezahr, we zullen haar niet in de steek laten.’  Onmiddellijk vertrokken de Ezahrkrijgers naar het dek en werd het laadruim gesloten.  Han probeerde Ozar tevergeefs te overtuigen om even te gaan rusten toen Thymos naast hun verscheen.  Ozar zag de verontruste blik in diens ogen en voelde zijn maag omkeren.
‘Wat is er Thymos?’
‘Ze weet wat haar te wachten staat, Ozar.’  
Een knoop in zijn borst werd aangetrokken.

© Mirah. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.
Nota:
volgende werk van deze gebruiker
volgende
volgend werk in de lijst
volgende
volgend Verhaal
volgende
Profiel foto van Breinpijn
Spannend! Ik krijg de indruk dat het verhaal grotendeels over de reddingsactie zal gaan. Niet erg want goed verteld zoals jij dat doet, kan dat een topverhaal zijn. Ben natuurlijk wel benieuwd naar de Zwarte Landen en diens bewoners. 

Han omklemde stevig zijn arm en zei vastberaden ‘We zullen> als je hier dus achter ‘vastberaden’ een : zet en dan de W verandert in kleine letter w, is het oke. 
‘Daar!’ schreeuwde hij luid ‘Ik zie iets dat lijkt op een bootje.’ > hier kun je twee kanten mee uit. Of: ‘Daar!’ schreeuwde hij luid: ‘ik zie iets dat lijkt op een bootje.’ of: ‘Daar!’ schreeuwde hij luid. ‘Ik zie iets dat lijkt op een bootje.’ 

Idem voor bovenstaand voorbeeld; na de dubbele punt, het citaat met een hoofletter beginnen. En om het extra ingewikkeld te maken ... Als een citaatonderbreker tussen twee dialogen staat, hoef je  geen dubbele punt te gebruiken. Als je de eerste dialoog eindigt met een uitroepteken, dan begin je de tweede dialoog met een hoofdletter. Als je de eerste dialoog eindigt met een komma, dan schrijf je de volgende dialoog met een kleine letter, omdat, de citaatonderbreker weggedacht, de dialoog doorloopt.

Hij schreeuwde luid: 'Daar! Ik zie iets ...'
'Daar!' schreeuwde hij luid. 'Ik zie iets ...'
'Daar,' schreeuwde hij luid, 'ik zie iets ...'
Profiel foto van Beppie
Zolang Ozar de warmte van het armbandje blijft voelen, weet hij dat Mirah nog leeft en zal hij alles in het werk stellen om haar te redden. Gezien de liefde voor haar, zal hem dat zeker lukken, daarvan ben ik overtuigd. Maar de strijd die het hem en haar gaat kosten, zal zwaar - en dus voor ons, lezers - spannend zijn. 

- en was bang dat ze de verkeerde richting waren uitgevaren of erger > en hij was bang
- knokels > knokkels
- Ongeduldig staarde hij in die richting en zocht met gespannen spieren > met gespannen ogen
- ‘Mirah!’ schreeuwde hij en hij speurde met angst die zijn hart als een zwaard doorboorde naar het wateroppervlak voor hem. > en hij speurde ... doorboorde, het watervlak voor hem af.
- overbrugde en kwam bij het bootje aan > en hij bij het bootje aankwam
- en bevestigde daarrond het gouden armbandje samen met haar gevlochten haarlok > en bevestigde het gouden armbandje eraan.
- Het touw is overgesneden > doorgesneden