Welkom op Web Tales

De meest innovatieve schrijverswebsite in de Nederlandse taal


Jan, de Koning van Burundanga - Deel 6 Hindernis


Geschreven door esperanza
11 januari 2019 13:00
Categorie: Vervolgverhaal

vorig deel: Jan, de Koning van Burundanga - Deel 5 -het was of ze een showmaster was
volgend deel: Jan, de Koning van Burundanga - Deel 7 - Doelvrouw

Leestijd: ca. 4 min.
Aantal keer gelezen: 117 Aantal reacties: 6
Aantal leden : 0
 0
Dit werk werd ingediend als schrijfprikkelDe Auteur wil graag inhoudelijk en technisch commentaar op zijn werk
Terugblik op dit verhaal -
 
Jan van Vliet was een heel erg moeilijk kind. Op school vormde hij een groep jongens die andere kinderen mishandelde. Hij werd van alle scholen weggestuurd, ook uit de middelbare scholen. Na zijn volwassenheid wegens zijn gedrag thuis en het niet willen  werken, heeft zijn vader hem de deur uit gewezen.
Jan droomde van rijk worden zonder al te veel werk moeten verricht. Hij kwam in het crimineel circuit terecht, werd verschillende keren door de politie gepakte veroordeelde en moest zijn straf uitzitten. Hij maakte vriendschap met een Colombiaanse man in Rotterdam. Die gaf hem het adres van zijn baas, een drugsbaron in Colombia, helpt hem om valse documenten te krijgen en aanmoedigde hem om te vertrekken.
Jan verliet alles in Nederland en kwam terecht bij de drugsbaron die zijn officiële documenten afpakte en neemt hem als slaaf om te werken in zijn cocaïne plantage in  de Andes.
Daar maakte hij kennis met Niels een Deense jongen die ook zoals Jan slaaf werd van de grote baas, ‘Comandante’ geheten. Na drie jaar, besloot de baas de twee jongens te verkopen aan succesvolle  drugsbendes van Rio de Janeiro.  Om een groot bedrag voor deze jongens te krijgen liet hij ze allebei  bijscholen. Zo, tegen betaling mochten ze naar de boerderij van een van zijn vriend en klant gebrachten worden. 
Daar zouden ze leren van de chemicus die voor zijn vriend werkte hoe allerlei soorten drugs te maken van de cocaïnepasta die werd geproduceerde in de grote  plantage in de Andes gebergte.  
================


Na het gesprek met de Comandante, liepen Jos en Niels terug naar de plantage. Ze stappen stevig verder en eerste hielden ze allebei stil alsof ze verloren gingen in hun eigen gedachten. Het was Niels die als eerste iets zei:
“Ik wist dat deze dag zou komen. Ik heb je daarover ook verteld toen je hier kwam, weet je nog?”
“Waarom denk je dat hij ons ergens naar toe sturen? Ik vertrouw niemand meer. Hij doet zoiets niet voor niets en ik kan geen voorstelling doen van wat op ons staat te wachten.” Jos spraak in het Castelhano.
“Laten we in Engels spreken want hier zelfs de bladeren van de planten hebben oren… Over ons vertrek van hier wil ik je zeggen dat de Comandante doet geen zaak die hem geen geld zou opleveren. Ik heb het gevoel dat hij ons wil verpatsen. Aan wie weet ik nog niet, maar dat gevoel heb ik.”
“We zijn hier in de hel gekomen en we zullen hier niet zomaar kunnen vertrekken. Onze documenten zijn nog altijd bij hem. Daardoor zullen we voor altijd hier moeten blijven.” Antwoordde Jos.
“Denk even met me mee: voor het werk hier in de plantage ver van de bewoonde wereld kan hij van overal knechten halen. De zwarte mannen komen allemaal van krottenwijken. Ze zijn criminelen of straat kinderen die hier naar toe worden gebracht. Het werk hier kan iedereen doen. We allebei spreken twee andere talen en hebben een betere opleiding gehad al zijn we niet afgestudeerd. Hij zou ons verkopen aan iemand de deze kwaliteiten van ons zou kunnen gebruiken. Ik ben zeker dat binnenkort, we zullen hier vertrekken.
“Ik hoop dat jij gelijk hebt, man. Ik hoop dat echt!”
Terug in de plantage verliep hun dag verder zoals van ouds.

Een maand ging voorbij. Totdat op een avond Niels en Jos werden door twee gewapende mannen opgehaald, met harde hand vooruit geduwd en weggevoerde. De angst voor de dood heerste bij alle knechten die daar in die hel waren belanden. Iedereen die achter bleef dacht dat ze zouden worden vermoord.
Niels en Jos werden teruggebracht naar het zaaltje bij de grote ijzeren poort aan de zandweg. Het lokaal was nog vuiler dan eerder en vol met spinnen weg. Een olielamp stond op de gammele tafel. Ze moesten zitten en wachten. Het flikkeren van de vlam gaf verwrongen schaduwen tegen de vuile muur. De karabijnen aan de schouder van de twee bewakers leek veel groter en dreigende te voorkomen. De stilte werd alleen nog gebroken door het lawaai van krekels en andere tropische nachtelijke insecten. Door de opening van de deur zagen ze een groep lichtgevende insecten, een hoop vuurvliegjes die daarbuiten uit het niets kwam en zomaar weer verdwenen. Jos dacht bij zich: ‘boodschappers van hoop?!’
Na een goed uur daar te wachten hoorde ze het lawaai van een grote auto die daar buiten bij de poort moest zijn gestopt. Even daarna kwam de Comandante binnen met twee grote en heel sterke mannen.
“Jullie worden door deze heren naar ergens gebracht. Vanaf nu zijn ze verantwoordelijk voor jullie. Geen grapjes proberen uit te halen want ze hebben de opdracht jullie af te maken als het nodig zou blijken.” De kerels die met hem aangekomen binnen liepen, waren niet echt spraakzaam.
Jos en Niels werden geboeid met hun handen achter in de rug en geleide naar een pick-up truck die daar buiten stond te wachten. Allebei moesten ze instappen aan de achterkant van het vehikel die gesloten was door een overkapping. Deze werd dichtgetrokken en op sloot gezet. De Comandante werd blijkbaar naar zijn huis ergens teruggebracht. Een helse reis was 
begonnen voor Jos en Niels die daar achter lagen. De pick-up nam een weg in de wildernis. Het terrein was enorm slecht. Overal moest de pick-up truck over hindernis zoals diepe gaten in de grond rijden. Hier en daar staken ze een ondiepe rivier over waarin vele stenen op de bodem lag. Soms had de pick-up truck veel moeite om op te trekken. Ze gingen watervallen voorbij want ze konden het lawaai van het water horen. Niels als Jos stoten met hun lichaam tegen de zijkanten. De reis was heel lang. Na twee dagen in zo een benarde situatie, gingen ze verder op een asfaltweg. De twee mannen hadden dorst en honger maar van moeheid zijn ze toch in slaap gevallen. Tegen de morgen van de derde dag kwam ze op hun nieuw adres.

De pick-up truck werd stilgezet en een van de twee mannen liet hen uit stappen.  Ze werden meteen naar een rundveestal gebracht. Daar aan een hoek van de stal, werd door middel van een afstandsbediening een deksel opengetrokken. Daaronder stond een trap die naar een ondergrondse kelder leidde. Ze namen de trap en kwam in een kelder die heel schoon was en voorzien van alle faciliteit. Ze begrepen niets van. In een kleine zaal moesten ze ergens gaan zitten om  te wachten op iemand die zo meteen zou komen. De twee grote kerels, lieten hen nog geboeid achter, en namen de trap weer naar boven. Ze hoorden dat deksel boven de trap weer in het slot viel. Daarmee ging ook het licht uit en de twee mannen bleven daar onder in een compleet duisternis.

 
***
 
 

© esperanza. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.
Nota: ------------
Terugblik geschreven zoals gevraagd door Beppie. 
---------
Profiel foto van Fons
Zeer mooi geschreven Esperanza, leest zeer vlot en  de spanning blijft er nog in ook. War nu Jos en Niels  

Dankjewel voor het lezen en reageren Fons. 
Profiel foto van Beppie
Het is duidelijk dat Niels en Jos in een benarde situatie terecht zijn gekomen. Ik kan het helaas niet helemaal volgen, omdat ik de vorige delen niet heb gelezen.
Is het mogelijk om bij het volgend deel eventueel een korte terugblik of een 'wat voorafging' te schrijven. Dan kunnen ook lezers die later zijn ingehaakt, nog meelezen. Of ben ik nu te lastig? <img src='img/smileys/shy3.gif' alt='(shy)' Title='(shy)'>

Ik zal een terugblik schrijven, Beppie. Het is een goed idee van jou. 
Dankjewel voor het lezen. 

Hoi Beppie, ik heb de terugblik, geplaatst.

Heel erg bedankt. Nu kan ik het helemaal volgen en begrijp ik ook waarom de ouders van Jan niets meer van hem hebben gehoord. Ik begrijp ook dat Jan in Columbia Jos genoemd wordt.
Profiel foto van monkey
Jan is Jos geworden? Is dat soms zijn valse naam?
Ze zijn op deze manier echt gevangene van de drugsbaron. Geboeid afgevoerd worden en in een kelder achtergelaten. Dat lijkt me behoorlijk spannend. Alhoewel ze al drie jaar als slaaf gewerkt hebben. 

Ja, Marja. Zijn valse naam is Jos van den Velden.  In Colombia kennen ze niet anders dan als Jos. 
Dankjewel voor je leuke reactie.  
Profiel foto van Henny
Die kamer heb je heel beeldend beschreven. Ik kon het zo voor mij zien. Daardoor wordt  alles nog luguberder weergegeven.
De vrienden moeten wel bont en blauw geweest zijn van zo'n rit van een paar dagen achterin zo'n truck. Ik pak er nog een deeltje bij.  

Dankjewel, Henny. Het is heel fijn zo en reactie te lezen.
Profiel foto van Eichnon
Blijft goed Sila. Top. 

Ik dacht eigenlijk dat Jan Jos geworden was omdat ze in Colombia Jan niet kunnen uitspreken. Na drie jaar zou José waarschijnlijker nog logischer zijn ( of Juan ). Van Niels heb ik ook al wel gedacht dat dat een moeilijke naam moet zijn in Colombia, die waarschijnlijk ook al snel verbasterd naar Nilès of iets in die aard. 

Zoals Jan als Niels hebben hun eigen identificatie documenten kwijt geraakt aan Comandante de drugs baron. Op deze wijze is de baron hun baas geworden. Zo worden mensen als slaven gebruiken.Zonder documenten kunnen ze niet naar justitie gaan. In Zuid Amerika identificatie is verplicht en heel vaak gevraagd op straten, winkels  en zo voort. Niels heeft zijn eigen roepnaam gehouden, maar Jan werd meteen Jos genoemd zoals in zijn valse documenten.
Profiel foto van J.A. XXer
Goed spannend, ik ga snel door naar de volgende!

Dankjewel,J.A.