Welkom op Web Tales

De meest innovatieve schrijverswebsite in de Nederlandse taal


Lokken is een kunst XIV - In een wereld tussen koude en slaap (2018)


Geschreven door Eichnon
4 januari 2019 20:49
Categorie: Dromen

vorig deel: Lokken is een kunst XIII - Katerliefde ( 2018 )
volgend deel: Lokken is een kunst XV: Van foetus tot leugenaar ( 2019 )

Leestijd: ca. 7 min.
Aantal keer gelezen: 93 Aantal reacties: 8
Aantal leden : 0
 0
Dit werk heeft op de voorpagina in de spotlight gestaanDe Auteur wil graag inhoudelijk en technisch commentaar op zijn werk

Korte duiding voor wie nog nooit een deel van dit verhaal gelezen heeft. Alle anderen mogen doorgaan naar de titel.
'Lokken is een kunst' is een verhalenreeks die gaat over een man die als sociaal onaangepast en een beetje vreemd bestempeld mag worden. Hij verzamelt haarlokken, tot heden alleen maar van vrouwen, die hij meestal niet op de meest ethische manier bemachtigt en waarvan hij de geur inademt zodat hij een zicht krijgt op het leven dat erachter huist. Hij wordt hierbij bijgestaan door een mes (staal), waarmee hij communiceert en dat hem zelfs regelmatig in een bepaalde richting stuurt. 

 



In een wereld tussen koude en slaap

 
De nacht is donker en te koud voor de tijd van het jaar.  Stofsneeuw dwarrelt naar beneden en vormt een scherm van witte flikkeringen dat oplicht onder de straatlampen. Een permanent laagje wit houdt mijn hoofd koel en bevriest het denken. Koude wind jaagt door mijn doorweekte jas, die zijn vochtigheid doorgeeft aan alle onderliggende kledinglagen. Mijn handen proberen zich te warmen in de zakken van mijn broek maar ook daar heeft de vochtige koude zich genesteld. Er is geen staal meer dat zijn broeiende warmte verspreidt, geen heft om te strelen. Zonder staal blijven mijn handen ijzig koud.
 
Al uren loop ik door de straten, wandelend in geen bepaalde richting. Beweging is het enige dat me nog enigszins beschermt tegen de niet aflatende vrieskou. Er is geen andere optie dan terug te keren op mijn voetstappen, die ondertussen volledig verdwenen zijn onder de verse sneeuw. Het is als een omen. Mijn maag  krimpt ineen bij de gedachte aan het verdwenen staal, het gevoel van gemis verlamt me, maar wordt overstemt door de paniek die uitbreekt wanneer ik denk aan een nieuwe confrontatie met Flora. Ik zie reeds haar priemende blik die er zonder woorden voor zorgt dat ik me voel als een klein kind op de strafbank. Wanneer ze toch haar dwingende stem gebruikt blijft die galmen en galmen, oneindig scherp en krassend. Nu reeds voel ik de gesel van haar verwijten, ongetwijfeld gevolgd door ongecontroleerd geweld en de zalvende druk van haar lippen.
Mijn ogen dwalen langs de lijn die dwars over mijn handpalm loopt, wit bindweefsel dat onze band benadrukt. We zijn bloedbroeders, het staal en ik, onlosmakelijk verbonden in denken en zijn. Het is een klootzak, maar hij is mijn beste vriend. Ik inhaleer, adem uit en volg de rook die zich vermengt met uit mijn mond ontsnappende waterdamp. Zelfs zonder de verborgen tekens te interpreteren die zich in de rook verschuilen, weet ik dat ik het staal moet redden. Dat ik moet reageren voor het te laat is.
 
De straatlampen volgen elkaar op. Soms loopt mijn schaduw voorop, tot we samenkomen en hij weer achterop raakt, telkens en telkens opnieuw. Brievenbussen zijn nog leeg en wachten op de postbode die over enkele uren hun monden opnieuw zal vullen, ploeterend door de verse sneeuw, zijn onbruikbare fiets met zich meesleurend. Alle ramen zijn donker en iedereen lijkt te slapen. Ze dromen onder dit witte deken, in hun warme huizen, in hun zachte bedden. Ik heb honger en dorst, mijn lichaam hunkert naar warmte en dreigt stilaan met afsterving. Ik luister niet maar zet door, als in een trance. Mijn enige gedachte is het staal en de leegte die hij achterlaat. Een gat, diep en zwart, zwarter nog dan ik.
 
Na urenlang zwerven herken ik plots haar straat. De huizen die quasi gelijk zijn en enkel verschillen in voortuin en brievenbus. Alle deuren zijn gesloten, ook de hare. Ze verbergen plichtsbewust hun schatten en  aanschouwen zonder enig medeleven mijn zwalpende gang.
Mijn kwieke tred is al een hele tijd geleden veranderd in een sloffen, waarbij ik telkens weer met mijn voeten door de sneeuw schraap. Nat en koud schreeuwen mijn voeten, benen en de rest van mijn lichaam om rust en manen me aan te slapen. Het kan niet, ik heb een missie, een doel dat heiliger is dan heiligheid zelf. Falen is geen optie, maar ik voel hoe het laatste beetje energie dat nog in me zat, opgeslorpt wordt door de gulzige sneeuw. Bij elke stap voel ik hoe mijn verstramde spieren op het punt van knappen staan. Mijn voeten voelen aan als een statisch gezoem, als ruis. Bijna gevoelloos maar toch daar. Aanwezige fantomen, die hun bestaan verdoezelen door algehele verdoving.
Eindelijk sta ik voor het huis van Flora Speurneus, rillend door koude en angst, ongecontroleerd trillend door het teveel aan adrenaline dat geen andere uitweg meer vindt.
De zwarte deur die ik daarstraks wagenwijd open liet staan, blijkt nu gesloten.  Ik kijk, voel, duw, maar de deur geeft geen kik.
Ik zou willen schreeuwen, roepen, tieren, beuken op de deur tot ze in spaanders ligt, maar ik besef dat de politie hier woont. Ondanks de koude die me stilaan blauw kleurt, heb ik geen energie meer.
 
Moeizaam prop ik mijn laatste sigaret tussen mijn lippen. Continu wipt ze op en neer terwijl ik met mijn ijshanden probeer om mijn aansteker tot een vlam te verlokken. Pas na dertien pogingen en pijnlijke vingers krijg ik eindelijk vuur en kan de brandende rook zich een weg naar mijn longen banen. Het helpt niet en briljante ideeën blijven uit.
 
Uitgeput door te veel emotie, te lang wandelen en het late, bijna vroege uur, vlei ik me neer op haar drempel. Koud en kil accepteert hij mijn aanwezigheid en deelt zijn koude met me, doorheen mijn broek, doorheen mijn vel, doorheen mijn vlees, tot in mijn hart en mijn botten. Verslagen laat ik mijn hoofd rusten tegen de deur en sluit mijn ogen. Ik verdwijn in een wereld tussen koude en slaap.
 
De wereld baadt in blauwig wit en de koude is intens. De sneeuw ligt pakken dik en verbergt de ondergrond. Rondom mij is niets, slechts het uitgestrekte wit. Geen silhouetten van huizen, geen bomen die de winterse kou doorstaan, geen mensen, geen massa, niets.
Alles voelt vreemd, alsof een keerkring kruist met de evenaar in het midden van mijn brein, alsof een Noord-Zuid verbinding meer is dan een term. Gedachten lijken gevangen in noppenfolie. Eén gedachte per bubbel. Vertragend, bevriezend, het denken tot immobiliteit gedwongen. De lucht die ik uitadem, wolkt tot fonkelende ijskristallen die gedragen door de jagende wind, zich verspreiden in het ijle.
Ik hoor hoe hij fluistert, de wind, fluisterend roept. “Help mij…” Telkens opnieuw. “Help mij.” Het galmt in mijn hoofd zoals er maar één galmt.
“Staal…” fluister ik.
“Help mij…”
Ik voel hoe de bubbels van de noppenfolie ploffen, hoe vreemde dingen gebeuren in mijn lichaam en gedachten wervelen als een kleurige regenboog van hoop. Mijn lichaamstemperatuur stijgt en alle koude wordt verbannen. Het is alsof de verzengende hitte van de hel in me wordt losgelaten en saters lachen in de verte. Rondom mij smelt het wit en ik zink, dieper en dieper door een gang van dooiende sneeuw. Boven me wordt het gat kleiner en kleiner tot ik eindelijk niet meer dieper zak. Hoewel ik me ettelijke tientallen meters onder de bovenste laag van de sneeuwvlakte bevindt, is er toch diffuus licht dat tot hier weet door te sijpelen.  Langzaamaan smelt mijn hitte een sneeuwgrot om me heen. Onder mijn voeten zie ik groen gras en bloeiende madeliefjes. Hoewel dit onmogelijk is verbaast me dit niet. Voor me bevindt zich een zwarte deur die ik herken.  Ik hoor hoe er gefluister door het sleutelgat kruipt.
“Help mij…”
 
Zonder aarzelen probeer ik de deur te openen. Ze geeft geen krimp. Ik sla en beuk, roep, maar er gebeurt niets. Ik bezeer alleen mezelf.
Jankend zak ik in elkaar tegen de deur, terwijl rondom mij de eerste fruitbomen beginnen te bloeien. Onverminderd echoot de roep om verlossing in mijn hoofd.
 
 “Deur, vriend, nieuwe vriend, beste vriend, ik heb je nog nooit iets gevraagd, we kennen elkaar ook nog niet zo lang, maar alsjeblief, laat me binnen.”
Wat ik niet verwachtte, maar waar ik zo ontzettende hard op hoopte, gebeurt. De steun die de deur me bood, is plots verdwenen en zijdeling val ik naar binnen. Onzacht kom ik in aanraking met de vloer, om tegen twee blote voeten aan te kijken die gevolgd worden door een stevig onderstel en een Flora in haar volle glorie.
Een verzengende hitte vlucht naar buiten en de stem van het staal klinkt plots helder en luid.
“Help mij.”
Mijn ogen flitsen door de kamer, de naakte Flora negerend, op zoek naar het staal.  Angstig flikkerend zit hij gevangen in een kooitje terwijl twee exacte kopieën van Snorremans, waarschijnlijk klonen, met behulp van uit de kluiten gewassen blaasbalgen een vuur opstoken dat een gruwelijke temperatuur doet vermoeden.
Het zweet druipt van hun lijven die zich keer op keer in een vast ritme inspannen om grote hoeveelheden lucht door het vuur te jagen.
Het is opnieuw een triomfantelijke Flora  Speurneus die mijn aandacht vraagt. Ze zingt me toe, niet erg toonvast of zuiver, maar het is een lied met  een duidelijke boodschap.
“We zullen hem smelten, smelten, smelten,…”
Het staal zingt de tweede stem,  een prachtig klinkende bariton waarin de angst verweven zit. 
“Help me, help me, help me…”
Ik slik, niet in het minst om zijn mooie zangpartij.
Ondertussen beperken de Snorremansen tot een vreemd welklinkend en zich steeds herhalend “laylalalay”
In de war door dit vreemde spektakel dat plots op een musical gelijkt, spreek ik mijn stembanden aan en schreeuw, toonvast.
“Staal!”
Te zeer afgeleid door hun mooie samenzang zijn ze allen te laat om me te stoppen. Als een olympisch sprintwonder schiet ik uit de startblokken, langs Flora Speurneus die me verrast nakijkt. Ik voel hoe de hitte me probeert terug te duwen maar ik zet door en strek mijn arm uit naar het kooitje. Het is alsof er een touw bevestigd is aan mijn rug en dat net te kort, niet toelaat de afstand te overbruggen. Mijn vingertoppen stranden op een millimeter van het kooitje en ik voel hoe het touw zich strak spant en hoe ik plots naar de andere kant getrokken wordt. Als een spartelende vis word ik ingehaald, weggetrokken, opnieuw langs Flora Speurneus die nog even zwaait, door de deur, door de tunnel terug naar boven. In ijltempo kleurt alles onder me weer wit. De hitte die in me was vloeit weg en wordt vervangen door ijzige koude die mijn ledematen blauw kleurt en mijn wenkbrauwen wit. Voor ik het goed en wel besef lig ik weer in de sneeuw, omgeven door de witte vlakte. Van de tunnel is geen spoor meer te bekennen. De stofsneeuw jaagt nog steeds, opgezweept door de huilende wind. Nog steeds hoor ik de zachte kreten van het staal, nu afgewisseld met het demonische lachen van Flora Speurneus.
 
Ik wil schreien, maar daarvoor is het te koud. Overmand door teleurstelling in mijn eigen falen, zak ik weg in een wereld tussen koude en slaap.
 
 
 
 
© Eichnon. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.
Nota:
leuk gevonden door: September
Profiel foto van Breinpijn
Hihi, het verhaal deed me een beetje denken aan dat kerstverhaal; het meisje met de zwavelstokjes... of was dat een sprookje? Hoe dan ook, zonder staal is onze held verloren, doet wanhopige dingen (die hij eigenlijk altijd doet, maar dan met nog veel eer emotie want het staal is heilig. Een totem die vereerd moet worden, een onmisbare talisman, een vereerde icoon, een makker met wie hij een bloedband heeft gesmeed als een pact met een duivelse demon. Hij kan niet zonder en vervalt in lethargische halucinaties. Fantastisch beschreven overigens. Ik zie het zo voor me, die waanbeelden die beklijven. 
Zal hij nog te redden zijn? Zal Flora Speurneus misschien plots haar deur echt openen en redding bieden alhoewel het natuurlijk alleen om het staal gaat dat hij moet en zal terugbemachtigen. Wat een spanning, wat een sensatie, welk een entertainment biedt dit weergaloos voortjakkerende relaas. Ik ben eigenlijk sprakeloos van zoveel moois, zo diep onder de indruk dat de woorden in mijn keel blijven hangen en daarom schrijf ik ze maar op. 
Ook een goede optie om een korte inleiding te schrijven, een overzichtje hoewel dat voor de doorgewinterde ‘Lokken’ fans natuurlijk niet nodig is. Oef, ik hoop toch zo dat dit boek in de winkels komt.

Als een spartelende vis wordt ik ingehaald,>‘word’

Brievenbussen zijn nog leeg enwachten op > ‘en wachten op’

Bij het lezen van jouw reacties moet ik me steeds in bedwang houden om het volgende deel niet dadelijk op de site te gooien. 
Ik zit nu rond de 200 pagina's op boekformaat, met nog 5 verhalen in de ijskast die ik nog moet nalezen op kwaliteit en dan herschrijven. Er moet nog minstens één tussenstuk geschreven worden en daarna stilaan afsluiten. Hier op de site zitten we nog maar ongeveer halfweg wat de bestaande verhalen betreft. We kunnen dus nog even verder.

Oef, gelukkig... er is dus nog heel erg veel te genieten. Hoezee <img src='img/smileys/cheer.gif' alt='(cheer)' Title='(cheer)'>
Altijd spannend om ook weer een reactie te geven, het verhaal vraagt om zoveel zelfbeheersing tijdens het lezen. Hoe je begint vind ik prachtig..heel erg mooi de inleiding..de rust erin. Benadruk het omdat dat naar mijn gevoel soms ontbrak in vorige delen. Maar bespeur een verandering ten goede..De noppenfolie vind ik een vondst, zo mooi daarom heen verweven de gebeurtenissen. En zo komen er meer zinnen voorbij die ik machtig vind. In het stille bewustzijn van wat hem nog te wachten staat, lees ik dit deel nog eens en kijk ik uit naar het volgende.<img src='img/smileys/smile1.gif' alt=':)' Title=':)'>

Dankjewel Puck, een reactie om van de snoepen en waar ik concreet iets mee kan. Bedankt
Profiel foto van J.A. XXer
Je hebt veel tijd genomen om een sfeer op te bouwen. Een verhaal als dit heeft een sterk karakter nodig, iets dat je alleen op deze manier op kan bouwen. Prima deel!

Dank XX-er. Jouw bezoek wordt zoals steeds erg geapprecieerd. 
Profiel foto van De Vos
Altijd weer de perfecte cadans van zinnen met juiste woorden. Je kan je als schrijver blijkbaar volledig inleven in de psyche van het hoofdpersonage, wat in de ik-vorm natuurlijk wel vereist is, maar daarom niet gemakkelijker. Het is een stormloop van zinnen en gedachten en sfeerzetting die toch netjes gecontroleerd worden neergezet. Al heb ik het allicht al gezegd, maar voor mij zijn de zinnen en woorden die zo geniaal geschreven zijn, belangrijker dan het verhaal. Ik ben benieuwd of jij nog geschreven hebt, allicht wel, en of dit in dezelfde trend is of vanuit een totaal andere verhaallijn en perspectief. Doe maar verder, ik ben ervan overtuigd dat, indien dit als boek uitkomt, dit een page turner wordt, zonder weerga. 

Bedankt voor al je mooie complimenten. Ik schrijf al lang, maar niet constant. Dit is tot heden het enige verhaal van deze lengte. Er zijn veel verhalen begonnen die meestal vroegtijdig ook weer afgebroken werden. 
Ik heb wel redelijk wat verhalen die te maken hebben met de menselijk psyche. Dat zijn vooral kortverhalen die wel thematisch waren. Ikzelf bundelde ze onder 'Angst en dood', 'Leve de gekken' en 'Verhalen van de grijze stad'. 
Momenteel heb ik wel wat ideeën rond totaal andere dingen.
Ik zal straks eens een verhaaltje van de grijze stad posten.
Het zijn prachtige zinnen, waar ik eenvoudig in mee kan, mooie zinnen zijn altijd een beetje als meebewegen op de deining in een warme zee. Heerlijk. Het verhaal vergt meer gewenning. Door het er middenin vallen? Of komt het ergena anders door? Ik zou het nog niet durven zeggen. Verder kruipt bij mij een ander personage omhoog: Negan van The Walking Dead en zijn relatie met de met prikkeldraad omwonden honkbalknuppel, Lucille. Geen idee of je daar bekend mee bent natuurlijk.

Ik ben erg blij dat je langskomt om hier te lezen en met je complimenten.
Dit is misschien wel een vreemd stuk in die zin dat het zich voor een groot stuk afspeelt in zijn hoofd / droom. Dat ik combinatie met een beperkte voorkennis, de personages en verwijzingen naar vorige stukken, kunnen er inderdaad wel voor zorgen dat dit verhaal niet zo makkelijk te volgen is. 
En ja, ik ben grote fan van The Walking Dead. Ikzelf had nog nooit de vergelijking met Negan gemaakt, maar zijn relatie met Lucille is inderdaad gelijkaardig. Negan en Lucille zijn nog wel wat agressiever, maar ik snap jouw bedenking helemaal.
Profiel foto van esperanza
Ik kan mij voorstellen dat hij zich helemaal verloren voelt zonder zijn staal. Een heel mooi stuk is dit. Indrukwekkend geschreven. Terwijl ik lees zie ik hem voor mij. In mijn fantasie zie ik hem in zijn wanhoop. 
Een heel mooie deel, Eichnon.  

Dank Sila, ik vind het altijd erg leuk wanneer je komt lezen en stel je mening erg op prijs. 
In heel traditionele hokjeszin zou ik nooit vermoeden dat jij tot mijn doelpubliek behoord. Daarom ook dat ik het erg fijn vind om mis te zijn en dat je er toch steeds bij bent!
Profiel foto van September
Het volgende deel lijkt weer onovertroffen, dat wat ik tot nog toe bij elk deel wel denk en voel al hebben de delen verrassend veelzijdige tonen en wendingen waardoor ze altijd weer verrassen. Ik werd bij lezen in diepte meegenomen door de prachtige voelbare zinnen, beeldvorming en omschrijvingen van zijn barre tocht, de sfeer, de wanhoop ( van zowel zijn vriend het staal, als hemzelf) en de sfeerschetsen gedurende de barre tocht. Dat er bijna bovennatuurlijke kracht ( door de intensiteit) aan te pas komt in de zin van dromen, hallucinaties, wanen die geniaal beschreven tot het bijkans onmogelijke toch begrijpelijk en toegankelijk zijn en hem zoals ik het ervaar de drijfveer en ''redding"' naast de inhoudelijk diepgaande relatie tot (en met) het staal, de wereld en zijn psyche en ''missie'' briljant weergeven. Hulde en klasse. Het is uitermate goed geschreven Eichnon.    

Wat kan een mens nog zeggen. Vrijwel niets, alleen een beetje angstig worden. Als elk deel onovertroffen lijkt en ik weet hoeveel er nog moeten volgen, dan is de uitdaging uiterst groot om te blijven overtreffen. 
Natuurlijk word ik heel blij van deze reactie. ( mijn hart heeft van plezier een aantal rondjes rond te tafel gerend en staat nu nog ergens uit te hijgen, danig onder de indruk van deze plotse fysieke inspanning. )
Bij deze wil ik je dus nogmaals bedanken voor je volgen en je steeds uiterst aangename reacties. 
Je bent nu wel aan een stuk aangekomen waar de gebeurtenissen elkaar uur na uur opvolgen, waar er in het begin soms enkele dagen tussen de verschillende stukken zaten. Ik raad je dan ook aan niet al te lang te wachten met het volgende deel. <img src='img/smileys/tong1.gif' alt=':P' Title=':P'>
Profiel foto van Twicedoubleyou
Een fantastisch verhaal, letterlijk en figuurlijk... Enkele gebeurtenissen helemaal in de diepte en detail uitgeschreven en je sleept de lezer mee. Zo knap! En je zou bijna medelijden met hem krijgen, nee, dat krijg je gewoon! <img src='img/smileys/smile1.gif' alt=':)' Title=':)'> 

Bedankt. Ik word er zowaar stil van.