Welkom op Web Tales

De meest innovatieve schrijverswebsite in de Nederlandse taal


Halololo


Geschreven door Ryara
9 januari 2018 10:03
Categorie: Sprookjes

Leestijd: ca. 5 min.
Aantal keer gelezen: 255 Aantal reacties: 3
Aantal leden : 0
 0
Dit werk werd anoniem ingediend, maar is inmiddels vrijgegevenDe Auteur wil graag inhoudelijk en technisch commentaar op zijn werk
Vanochtend op het speelplein is Angelien flink achterna gezeten door Abigor en zijn vriendjes. Na de pauze hebben zij straf gekregen van de juf. Toen juf Abigor boos toesprak, keek hij zo dreigend naar Angelien dat ze er bang van werd. Gelukkig is ze het nu vergeten. De zon schijnt al de hele middag in het bos waar Angelien haar verstopspel met eekhoorntjes, konijnen, vogels, elfjes en kabouters aan het spelen is. Dan loopt ze in de richting van de weg die langs de rand van het bos ligt en schuift ze van de kant in de sloot waar ze met een voet in de modderige bodem blijft vastzitten. Hoe ze ook probeert, ze kan zich niet lostrekken en langs de kant naar boven klimmen lukt evenmin.
 
 
Met gekromde vingers probeert Angelien grip te krijgen op de gladde bovenkant. In plaats van enige vastigheid, krijgt ze alleen maar kramp. Met een kreet laat ze haar hand los. Rechts houdt het niet veel langer vol. Haar handen klauwen nog even in de glibberige slootwand, haken achter een stuk wortel, maar met wortel en al valt ze languit in het vieze water. Langzaam zakt ze steeds verder in de blubber. Eerst haar voeten, ze verliest haar evenwicht en komt op haar knieën terecht. Gorgelend opent de blubberlaag zich en slokt haar op. Er is geen angst meer, alleen maar verwondering als ze de wanden van een grot om zich heen ziet. Ze laat zich op de grond vallen en het gat waardoor ze is gekomen, sluit zich. 
 
In de ruimte is het groene licht het eerste dat haar opvalt. Dan hoort ze een stem, licht en helder: ‘Halololo, ik ben hier!’
Een echo klinkt nog lang na: ‘lolo-o-o.’
‘Wie ben je?’ Ze kijkt langs de wanden van de lichtgroene ruimte. Hij is volmaakt rond zonder een straaltje zon of daglicht. Haar voeten staan schuin op de ronde vloer. Waar komt dat groene licht vandaan?
‘Waar ben je? Wie ben je?’ vraagt ze nog een keer.
Een geluidje, oppervlakkig als van een rollend voorwerp. Dichter en dichterbij klinkt het. Angelien ziet het groene balletje pas als het vlak voor haar voeten rolt. Ineens komen er tentakels naar buiten, zodat het bolletje op een wezentje met een dikke buik lijkt.
‘Halololo, ben je er eindelijk? Ik zat al op je te wachten.’
‘Wist je dan dat ik in de sloot zou vallen?’
‘Ja halolo, is het hier groen? Natuurlijk wist ik dat. Je wilt toch van dat pestjochie af? Je hebt toch om hulp geroepen?’
‘Kun jij me helpen dan?’ Angelien kijkt ongelovig naar het vreemde wezen.
‘Als jij mij helpt, zal ik jou helpen.’
 
Angelien gaat op de groene, ronde vloer zitten. Nu kan ze het wezentje in zijn ogen kijken. Bolle groene ogen die razendsnel heen en weer schieten.
‘Wat moet ik voor je doen? Waarmee moet jij geholpen worden?’
‘Ik zal je later vertellen waarom je me moet helpen, vertrouw me. Eerst helpen, dan praten.’
‘Oké, maar wat moet ik doen?’ Angelien en het groene bolletje kijken elkaar diep in de ogen. Het lijkt wel of er vonkjes flitsen in de groene ogen van het wezentje. Dan begint het te praten: ‘Luister, er is een hondje dat vreselijk pijn lijdt. Hij is in een splinter getrapt en krijgt hem er niet meer uit. Zijn baasje weet niet wat er aan de hand is en kan hem niet helpen. Als de splinter er niet uitgetrokken wordt, zal het gaan ontsteken en zal het hondje erg ziek worden. Wil jij het hondje gaan helpen? De splinter zit in zijn linker achterpoot.
‘Ja, natuurlijk wil ik dat doen. Hoe kom ik hier uit?’
 
Nog voordat het groene wezentje antwoord heeft gegeven, is Angelien op het dorpsplein, waar kinderen uit haar klas aan het spelen zijn. Eén jongen zit wat apart van de anderen. Angelien kent hem maar al te goed. Het is Abigor. Naast hem ligt een pluizige hond. Zijn kop ligt op zijn poten en met een scheef koppie kijkt hij naar de jongen. Moet ze Abigor helpen? Ze durft niet eens naar hem toe te lopen, hij zal vast de andere pestkoppen er weer bij roepen. De hond heeft haar zien staan en piept zacht. Nu ziet Abigor haar ook. Even lijkt het alsof hij wil opstaan, maar hij trekt zijn schouders op en blijft zitten. Ze schuifelt wat dichterbij, de hond volgt haar met zijn ogen.
‘Abigor, kan ik je helpen?’ fluistert ze.
‘Jij? Maak toch dat je wegkomt laffe Dombo.’
‘Heeft je hond pijn?’
‘Hoe weet jij dat?’ Abigor kijkt naar de hond naast hem en knikt dan.
‘Ja, Grijs is niet in orde en ik weet niet wat er aan de hand is. Hij wil niet opstaan en ligt maar te piepen en te kreunen.’
Angelien knielt naast de hond en streelt hem over zijn kop.
‘Hij heeft een splinter in zijn poot, daar heeft hij veel pijn van. Mag ik eens kijken?’
Abigor kijkt haar verbaasd aan, maar knikt dan.
‘Houd jij hem maar vast, misschien moet ik hem pijn doen’, zegt Angelien. Voorzichtig tast ze langs de linkerachterpoot van Grijs, tot ze de splinter voelt. Dan trekt ze hem er voorzichtig en met voldoende kracht uit. Grijs piept van pijn, maar al snel legt hij zijn kop op Angeliens schoot en geeft haar een lik over haar handen. Abigor kijkt vol verbazing en met ontzag naar het meisje dat hij vanmorgen nog zo gepest heeft. Zonder iets te zeggen staat ze op en loopt weg.
 
Tien minuten later staat ze weer in de ronde, groene grot.
‘Halolo,’ roept ze en dan nog een keer wat luider: ’Halololo, waar ben je? Ik ben weer terug ik heb gedaan wat je me hebt gevraagd.’
Een geluidje, oppervlakkig als van een rollend voorwerp. Dichter en dichterbij klinkt het. Angelien ziet het groene balletje pas als het vlak voor haar voeten rolt, net zoals de eerste keer.
‘Ben je weer teruggekomen? Nou halolo, jij hebt lef, je was toch al buiten, waarom kom je dan nog terug?’
‘Omdat ik dacht dat het moest.’
‘Je opdracht is vervuld en je bent uit de sloot gered. Je bent echt een beetje dom hoor, geen enkel kind zou nog een keer in die sloot springen. Omdat je de hond hebt geholpen en omdat zo trouw bent, zal ik nog iets voor je doen om je te helpen. Ik zeg niet wat, je merkt het vanzelf wel.’
 
Voordat Angelien heeft kunnen antwoorden of nog iets heeft kunnen vragen, zit ze in het bos waar ze eerder op de middag aan het spelen was. Heeft ze nou geslapen en gedroomd, of is het echt gebeurd?
 
De volgende dag als alle kinderen op de speelplaats achter elkaar aan rennen, kijkt ze naar Abigor. Niet schuw deze keer. Ze stapt op hem af en vraagt hoe het met Grijs gaat. ‘Heeft hij nog pijn aan zijn poot?’
Verbaasd kijkt Abigor haar aan. Wat weet zij van Grijs? Waarom weet ze dat hij pijn had? Waarom staat hij eigenlijk gewoon met dit meisje te praten? Gisteren zou ze hem niet eens hebben durven aankijken en nu lijken ze wel vrienden.
‘Ja, het gaat wel goed met Grijs, er zat een splinter in zijn poot en daardoor had hij veel pijn. Gelukkig is hij er nu uit en is Grijs weer even vrolijk als altijd. Kom je een keer naar hem kijken?’

© Ryara. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.
Nota: Dit was een schrijfopdracht. Het cursief gedeelte kregen we, verder moest het een sprookje, of een sprookjesachtig verhaal worden. Moeilijk hoor. Probeer het gerust zelf ook een keer en gebruik dat cursief deel. 
Profiel foto van esperanza
Een heel mooi sprookje! Fantasievol geschreven! Maar van wie?

Dank voor je compliment, het is niet lang geheim gebleven.
Profiel foto van monkey
Een mooi verhaal met een happy end.
Fantasievol en goed geschreven, prima dialogen erin en ook goed vertelt. Geschreven door iemand die schrijven kan.
Nu nog raden wie.

Dankjewel voor je complimenteuze reactie, ik viel wel gelijk door de mand. 

Sorry, ik heb nog even gezocht of je vandaag online was geweest en twijfelde even tussen Ragazza en jou, maar jij stuurt nog wel eens een anoniem verhaal in, dus heb ik op jou gegokt.

Hihih, jij kent me te goed, geeft niet hoor. 
Profiel foto van J.A. XXer
Leuk verhaal! Ik denk dat het wel eens Ry....ahhhhh te laat.

Jaja, dat is gemakkelijk gezegd. Dank voor het lezen, het was een schrijfopdracht