Welkom op Web Tales

De meest innovatieve schrijverswebsite in de Nederlandse taal


Polderheid II


Geschreven door harrem
7 juni 2017 13:24
Categorie: Column

vorig deel: Polderheid I
volgend deel: Polderheid III

Leestijd: < 1 min.
Aantal keer gelezen: 52 Aantal reacties: 4
Aantal leden : 0
 0

Over Apenkool

In Deel I zag het ernaar uit, dat taalvaardigheid zich tegen iemand keert. Als je er niet uitziet zoals je spreekt, raken anderen kennelijk in de war. Verwarring voorkwamen onze taalneven en -nichten uit Zuid-Afrika met “Apartheid”, het meest gebruikte Nederlandse woord, dat in alle talen is overgenomen.

Een column van <1000 woorden weegt niet op tegen de duimdikke folianten die er geschreven zijn over rassendiscriminatie. Niettemin doe ik toch een klein duitje in een grote zak: details, die ongemerkt uit beeld dreigen te verdwijnen. Aanleiding is toch weer Sylvana Simons. Haar niet-aflatende verontwaardiging over rassendiscriminatie is gerechtvaardigd. Maar goeddeels ook onterecht.

Nederlanders zijn namelijk niet erg bezig met rasverschillen (althans openlijk) en gaan “gewoon” om met elk medemens. Toch wringt de schoen: diversiteit in ons land vinden we prima, maar kom niet aan "onze" Zwarte Piet en dring ons "hun" Suikerfeest niet op. We willen van diversiteit geen last hebben. Apart houden die gebruiken. Apartheid? Nou ja… Polderheid.

Polderheid is een truttige variant van rassendiscriminatie. Discriminatie betekent niets anders dan onderscheid. De negatieve lading is ontstaan door de misplaatste verachting, die ermee gepaard gaat. Polderheid is onhandig vertederend en voer voor satire en columns.

In historisch perspectief kan polderheid worden gedemonstreerd aan de klungelige vijftiger jaren van de vorige eeuw: het OMO-witte Nederland verkleurde na de Tweede Wereldoorlog in rap tempo. Door de dekolonisatie stroomden onze eigen verre nakomelingen naar het moederland terug. Een schok voor het keuterboertje op de Veluwe, dat zich afvroeg “waor al da’ spul noe vandaon kwam”. Nou, keuterboertje, dat zit zo: tussen het hierheen slepen van allerlei producten, die ons schatrijk maakten, wipten we er (wereldwijd) lustig op los. Vanuit de drang om ons Bataafse gedachtegoed te verspreiden, natuurlijk, maar ook gewoon vanwege eeuwenlange zin in een wip.

Wanneer onze zelfverwekte verwanten nu aan de poorten rammelen, kan je tegen hen wel zeggen: “Ga terug naar je eigen land”, maar dàt hebben ze zojuist gedaan. Daarom is het je reinste l*lkoek om de Nederlandse mevrouw Simons “terug naar Suriname” te wensen. Uit zo´n kortzichtige opmerking blijkt dat geschiedenislessen een ondergeschoven kindje zijn geworden.

Polderheid heeft onbedoeld iets neerbuigends. Het probleem, dat sommige Nederlanders hebben met de politici Simons en Kuzu, is dat ze zichzelf wel redden, zonder dat wij in onze genereuze grootheid een hand hoeven uit te steken. Ons ego wordt meer gestreeld bij het zien van hulpbehoevende, creperende Oost-Afrikanen. Via Giro555 kopen we ons schuldgevoel af.

Zo was er in die vijftiger jaren mijn tante Netje, een welgestelde deftige dame, die in een katholiek handwerkclubje zat met andere voorname en stijve vrouwspersonen. Freules en douarières kwam je in die tijd nog in het wild tegen. Iedere woensdag kwamen ze bijeen om wollen broekjes te breien “voor de zwartjes in Afrika”. Dan hoefden ze ’s winters niet naakt te blijven rondlopen. Jawel, zij hadden aan alles gedacht. Als ze voldoende broekjes hadden gebreid, overhandigden ze die aan de pastoor. Tegen de tijd dat er een rondtrekkende missionaris aangewaaide om te bedelen, kreeg deze meteen een doos wollen onderbroekjes mee. Het was allemaal goed bedoeld en zo vanzelfsprekend zelfgenoegzaam.

Zo vallen de vóór de oorlog populaire jeugdboeken ook te karakteriseren. Nu zouden we ze ronduit racistisch noemen. Dat niemand daar toen mee zat, zegt eigenlijk genoeg. Het waren blijvertjes, waarvan na de oorlog - in de vijftiger jaren – de oubollige teksten wat aan de “moderne” tijd werden aangepast. Wat bleef was de denigrerende inhoud. Die viel geen lezer op. Zo werd de Britse jeugdboekenschrijver W.E. Johns (“ Biggles”) pas naderhand gemangeld vanwege de racistische teneur in zijn boeken. Uit biografieën komt naar voren, dat de goede man gewoon lucht gaf aan inzichten, die toentertijd (1932 en later!) doodnormaal waren. Niet dat dat deugt!

In de stripboekenserie "Sjors van de Rebellenclub" was van het duo Sjors en Sjimmie, de negroïde Sjimmie een soort stamelende randdebiel. Om opgewonden reacties vóór te zijn: negroïde is in de Antropologie een gebruikelijk woord; daar is niks mis mee. Nederlandse jeugdboekenschrijvers waren vaak onderwijzer of journalist, dus goed geschoold. Dat weerhield hen niet om krompratende personages op te voeren, met een exotische achtergrond. Literaire krakers waren er van bijvoorbeeld J.B. Schuil (“De Katjangs” e.a.). De aanmatigende teneur in zijn boeken van rond 1910 bleef in de vijftiger jaren onveranderd.

De lezertjes, die dat leesvoer verslonden, vernamen dat Indo’s niet zo sterk en zo intelligent waren als echte Hollandse jongens (vanzelfsprekend!). Bovendien was het oppassen voor hun blauwe streken. Niet speciaal voor de jeugd waren er de prachtwerken van Hans Martin. Hij is meer bekend als KLM-pionier dan als romancier. In die laatste rol ging hij zich te buiten in een merkwaardige roman in 1913: “Malle gevallen”. De inhoud bevat – zachtjes uitgedrukt – bedenkelijke aspecten. In 1934 werd er nota bene een filmmusical van gemaakt met gerenommeerde acteurs als Johan Kaart e.d. Onze tegenwoordige musicalbonzen Joop en Albert komen hopelijk niet op het onzalige idee het nog eens op te voeren. Destijds gingen er bij niemand alarmschellen af zo van “zulke immorele kost kan eigenlijk niet!”. Het was de geest van die tijd: Hans Martins bagger kon wel…

Die derrie leek voort te komen uit een vanzelfsprekende overtuiging, dat mensensoorten nu eenmaal zus en zo in elkaar zaten. In “Malle gevallen” werd het Indische personage Boy afgeschilderd als een verachtelijke lafaard. Om daar geen twijfel over te laten bestaan liet de schrijver hem publiekelijk van angst in zijn broek poepen. Daarna werd Boy - volgens het script – door iedereen beschimpt en uitgelachen. Er heerste een soort van consensus: zo waren “die Indische luitjes” immers. Omdat dit als klucht werd geannonceerd, was het dus lachen geblazen. Populaire stereotyperingen voor allerlei exoten waren destijds lui, dom, langzaam, messenstekers, gemeen en onbetrouwbaar. Bij iedere eigenschap paste wel een mensentype. Lekker duidelijk en anders werd het op een simpele wijze duidelijk gemaakt. Desnoods met poepachtige dingen.

Laatstgenoemde faecale benadering lijkt op het internet te zijn teruggekeerd.

Wordt vervolgd (Polderheid III)


© harrem. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.
Nota:
Profiel foto van Breinpijn
Je slaat ons hier wel om de oren met allerhande voorbeelden van (jeugd)boeken van ver in de vorige eeuw. De tijdgeest wordt er bijgehaald, maar eigenlijk had men beter moeten weten. Tja, zo werd er toen geschreven, wellicht ook gedacht, maar dat was juist die tijdgeest. Ik beschouw ons moderne Nederlanders als een soort 20ste eeuwers 2.0. Toen dachten we niet verder na, in ieder geval de meesten niet. Nu ‘willen’ we misschien niet eens verder denken. We weten het ergens wel, maar dat onderbuikgevoel, he. Emoties, daar draait het allemaal om want rationeel valt er weinig voor het tentoongespreide gedachtegoed te zeggen. Zou het beestje ‘mens’ dan werkelijk zo dom zijn als ik altijd al heb gedacht? Geen enkel mens ontkomt aan een zekere vooroordeelmening, maar wij dienen beter te weten. Laten we inhoudelijk blijven met zijn allen. Maar helaas merken we daar weinig van terug. ...... Zo, wat nu BP? Zomaar een inhoudelijke mening? Ach, ik ben ook maar een mens. 

Oeps, mijn reactie op je smeuïg commentaar is hieronder terecht gekomen. Maar daar leest het ook goed weg
Profiel foto van harrem
Breinpijn: Eigenlijk heb ik me laten inspireren door iets dat best treurig is:  
in 2017 gedragen zich de faecesboek-ridders met dezelfde bekrompen instelling van liefst een eeuw geleden. Je zou toch enige evolutie verwachten (20ste eeuwers 2.0 zoals je schrijft). 

Aan de hand van opgesnorde authentieke voorbeelden literatuur (zoals genoemd in mijn tekst) hoopte ik aan te tonen dat wat op modern oordelen lijkt, eigenlijk is blijven hangen in de tijd van overgrootvader. Toen was alles lekker duidelijk en overzichtelijk. En moreel twijfelachtig.

In 2017 zou je met de wijsheid van nu op de sociale media toch niet moeten fulmineren alsof het begin 20-ste eeuw is: onwetend, dom en bot. Toen wisten ze echter niet beter...

Altijd weer een genoegen je commentaar tot me te nemen,. 
Profiel foto van monkey
Ik was een jaar of vijftien en in België op vakantie. Op het vakantieadres waar wij zaten was ook een logeetje van mijn leeftijd en die kwam van een paar dorpen verder. Op een gegeven moment gingen we moppen tappen, wij de Belgische en zij de Nederlandse. Tot dat moment heb ik nooit geweten dat er zoveel moppen waten over Nederlanders.
Ieder land heeft zijn traditie en zijn feesten en mogen we als land ons feest blijven vieren? Daarbij mogen de mensen die door hun traditie en geloof andere feesten hebben dat ook vieren, is mijn mening.
Waarom al die protesten en het niet gunnen? Helaas hebben schreeuwers altijd volgers.

In een ideale wereld...

Altijd goed om hetgeen je schreef<img src='img/smileys/writing.gif' alt='(writing)' Title='(writing)'> te memoreren.
Profiel foto van astra
Je column stemt weer tot diep nadenken. Was ik maar net zo eloquent, dan kon ik vast beter vertellen, waarom ik vind dat je toch te 'mild' bent voor onze medelanders van buitenlandse origine.
Wat is er op tegen dat wij verwachten dat zij zich aanpassen aan onze cultuur als zij hier willen wonen. Of in ieder geval zonder agressieve uitlatingen onze traditie laten voor wat die is. Zelfs al komen ze hier vanwege ons koloniale verleden.
Nooit heb ik in mijn jeugd (en nu) zwarte piet als een minderwaardig 'slaafje' beschouwd. Hij was gelijkwaardig en had een andere rol. Sint moest stijf en saai op zijn stoel zitten, zwarte piet mocht lekker rondlopen en cadeautjes uitdelen.
Wij hebben vroeger vast geprofiteerd van onze koloniale mede onderdanen, maar dat hoeft ons toch niet 'eeuwig' te worden nagedragen? Zij mochten toch zelf ook een maatschappij inrichten waar je door hard werken een enigszins welvarend bestaan kon opbouwen? Zien ze dan echt niet dat er autochtone harde werkers moeten zijn om voor hun uitkering te zorgen? Denken ze dat hier het geld aan de bomen groeit zoals in hun 'vaderland' de vruchten voor het plukken hingen?
Natuurlijk weet ik dat er ook ook autochtone medelanders zijn, die de bijstand zien als iets waar je recht op hebt, zonder je er rekenschap van te geven, waar de staat het geld vandaan moet halen.
Goeie column dus, ik raak er bijna emotioneel van.