Welkom op Web Tales

De meest innovatieve schrijverswebsite in de Nederlandse taal


Het oog van de draak (44)


Geschreven door mamba
29 maart 2017 21:44
Categorie: Fantasy

vorig deel: Het oog van de draak (43)
volgend deel: Het oog van de draak (45)

Leestijd: ca. 6 min.
Aantal keer gelezen: 76 Aantal reacties: 3
Aantal leden : 0
 0
De Auteur wil graag inhoudelijk en technisch commentaar op zijn werk

Het oog van de draak - Deel 44

 
Elerro

Mocht je willen weten waar ik ben.
Elerro herlas die ene regel op het papiertje opnieuw. Meer stond er niet. Een ondertekening ontbrak. Hij bekeek de boodschapper nog eens goed. Elerro herkende de jongeman al duurde het even voordat hij zich herinnerde waarvan.
“De Lantaarndrager.”
De boodschapper knikte.
Hij verfrommelde het papiertje en drukte het terug in de handen van de jongen. Met grote passen liep Elerro weg. Hij had wel lef. Typisch weer iets voor hem, maar het zou hem spijten. Het zou hem spijten dat hij niet verder was gevlucht, dat hij van zich had laten horen.
De Lantaarndrager was snel gevonden. Ook die eerste stap over de drempel was snel gezet. Het was er akelig stil. Op de mensen van Emeralda na waren er geen bezoekers te bekennen. Aan een tafeltje bij de open haard zat de Drakenheer.
“Ga zitten alsjeblieft.”
Hij vertrouwde het niet. Had de draakhond wel aan de voeten van de man zien liggen. Het beest zijn kop op zien heffen waarop die ondierlijke ogen hem aanstaarden. Elerro keek om zich heen op zoek naar andere Halfdraken. Hij zag alleen Emeralda die stil was blijven staan op de trap. Zij was niet op haar gemak en keek hem zwijgend aan.
“Alsjeblieft. Dit is niet iets anders dan het lijkt.”
Elerro kinkte kort naar Emeralda die de krakende trap opliep en uit het zicht verdween. Enkel uit nieuwsgierigheid schoof hij bij de drakenman aan.
“Ik ben blij dat je alleen bent gekomen.”
“Wie zegt dat ik alleen ben?”
“Anders lag ik wel weer vastgebonden op de grond,” zei de man met een glimlach. “Het is tijd voor een goed gesprek van man tot man. Tijd voor antwoorden.”
“Ga je me dan vertellen hoe je een Halfdraak werd,” vroeg hij hem gekscherend.
De Drakenheer antwoordde echter heel serieus.
“Vraag het me.”
Was dit werkelijk niet weer een spel? Zette de man hem betaald voor wat er zich had afgespeld in dat dorp bij Furus? Waren de rollen nu omgekeerd?
“Hoe ben jij aan die schubben gekomen,” vroeg Elerro op zijn hoede.
“Het was voorbestemd,” begon de Drakenheer enigszins terughoudend te vertellen. “Ik werd exact op hetzelfde moment geboren dat er ook een draak ter wereld kwam. Heel lang ben ik me er niet bewust van geweest dat ik anders was. Ik groeide op als enig kind van twee muzikanten, alleen bezat ik totaal geen muzikaal talent dus koos ik een ander beroep toen ik oud genoeg was om op eigen benen te staan. Vijfentwintig jaar lang was ik een eenvoudige houthakker. Pas om mijn tweeënveertigste kwam ik er achter dat ik anders was. In het bos waar ik aan het werk was stuitte ik tot mijn grote verbazing op een draak. Enkel een kort moment van oogcontact was voldoende om te weten dat ik een boezemvriend voor me had.”
“Dus daar is het begonnen.”
“Nee,” zei de Drakenheer stellig. “Ik was toen nog net zo veel een man als jij. Geen schubben, geen drakenkracht.”

De man aarzelde, keek hem indringend aan. Het leek Elerro het beste te zwijgen, de drakenman op zijn tempo zijn verhaal te laten vertellen, want als hij te zeer zou aandringen zou hij waarschijnlijk niets te weten komen.
“Zelfs in die tijd waren de vermogende machtige mannen al van mening dat draken een gevaar waren vormden hun imperium. Dus loofden ze aanzienlijke beloningen uit aan degenen die hen een drakenhoofd konden brengen. Al was de kloof tussen arm en rijk niet zo groot als tegenwoordig, waren er veel mannen die wel een draak wilden doden voor een leuke beloning.”
“Denk jij dat ik zo een man ben?”
“Ik heb het niet over jou Elerro. Dit speelde in een heel andere tijd.”
“Andere tijd?”
“Jij ziet dezelfde man voor je als op de dag dat ik echt een Halfdraak werd. Voor mij is de tijd toen stil blijven staan. Ik werd er geen dag ouder op. Het moet je niet zijn ontgaan dat jij, nog een jongeman toen je me opsloot, nu getekend door de tijd tegenover me zit terwijl aan mij niets valt te zien. Ik ben nog exact dezelfde man als drie eeuwen geleden.”
“Drie eeuwen!”
Nee, die man speelde een spelletje. Elerro stond op, liep heen en weer door de gelagzaal van De Lantaarn. Nee, geen enkele kracht kon tot zoiets in staat zijn. Hij gebruikte vast magie om zijn ware uiterlijk te verbergen. Dat kon niet anders.
“Ik heb Baccar gezien toen de oude binnenmuur de stad nog in zijn geheel kon omgeven. Het grote kasteel op het riviereiland was nog maar een simpele burcht omgeven door zijn eigen landerijen. Pas toen koning Mehrin aan de macht kwam werd er in zijn opdracht een echt kasteel gebouwd. Een aardige man. Hij nodigde mij vaak uit aan zijn hof. Helaas hebben zijn zonen niet de lijn van hun vader kunnen voortzetten. In die tijd brak de zwarte plaag nog wel eens uit. Wist je dat het huidige regerende huis, het huis Nahrynnis, afstamt van een jongere broer van Mehrin? Niet in een rechte lijn, want er vonden nogal wat bloederige familieruzies plaats. Het was Heccerret die...”
“Genoeg, genoeg.”
Verdwaasd schoof Elerro weer aan, bestudeerde stilzwijgend dat voor hem zo bekende gezicht. Dat gezicht dat zo vaak voor zijn geestesoog was verschenen de afgelopen jaren.
“Hoe?”
“Ik probeerde Fortis verborgen te houden in de bossen. Maandenlang had niemand weet van de draak die er leefde. Toch kon het ook niet eeuwig onontdekt blijven. Een groep moedige mannen zocht mijn draak op. Hun wapens waren primitief, maar niet minder dodelijk. Ik ben er tussen gesprongen, maar ik overleefde het net zo min als de andere mannen. Ik vond de dood Elerro.”
Het klonk absurd. De man zei te zijn gestorven, maar toch zat er een ondode man tegenover hem. Hij begreep er geen snars van.

“Fortis deelde zijn bloed met me waardoor het leven mij weer vond. Pas toen was ik een Halfdraak en verschenen de eerste schubben. In de loop der jaren werden het er veel meer.”
“Moet ik nu geloven dat je moest sterven om onsterfelijk te worden?”
“Niet onsterfelijk. Draken en Halfdraken zijn gestorven. Magnurr en mijn vader stierven.”
“Je vader? Dat was toch een doodgewone muzikant,” vroeg Elerro terwijl hij zijn hand door zijn grijze haar liet gaan. “Ik begrijp er niets meer van.”
“Ook hij was een Halfdraak zonder het te weten. Mijn vader was al in de zestig toen hij Magnurr ontmoette. Dat was net op tijd, want anders was hij nooit een Halfdraak geweest. Er zijn er die nooit hun draak leren kennen, zij sterven zonder dat hun lotsbestemming wordt onthuld. Maar goed mijn vader verkeerde in slechte gezondheid en ging hard achteruit. Ik zorgde voor hem, want mijn moeder was tien jaar eerder overleden. Magnurr was er bij toen hij stierf. De draak gebruikte zijn klauwen om eerst mijn vader en vervolgens zichzelf te verwonden. Het bloed werd uitgewisseld en ik zag mijn vader herboren worden. Enkele jaren later werd ik zelf een Halfdraak en zocht ik mijn vader op. Vanaf die tijd zijn we altijd samen gebleven, leefden we een sober leven ver van de bewoonde wereld. We bewerkten het land en joegen samen met de draken op de uitgestrekte hoogvlakten. Helaas heeft de mens die onweerstaanbare drang om zich nieuwe gebieden toe te eigenen. Zo verschenen er de eerste vreemdelingen in onze vredige wereld. Die vreemdelingen kregen de draken in het oog en niet veel later dienden de ‘helden’ zich aan. Onvervalste drakendoders. We weerstonden de eerste aanvallen, maar besloten dat het beter was te vertrekken. We werden nomaden, bleven nooit lang op dezelfde plek, maar ontdekten dat er anderen waren als ons. In hun verhalen herkenden we onze eigen. Altijd maar weer opgejaagd. Dus bundelden we onze krachten en ontstond Het Tiental. We stelden ons tot doel om te strijden voor onze vrijheid in een wereld die steeds vijandiger werd, naar zichzelf en naar ons. Vechten stond gelijk aan overleven. Mijn vader viel in die strijd. Vanaf dat moment waren voor mij alle middelen geheiligd in de strijd om te bestaan.”
“Waaronder het doden van de koning?”
“Ik...” De Drakenheer sloeg kort zijn blik neer en verschoof op zijn stoel. “...heb me destijds misschien wel te veel laten meeslepen door de gebeurtenissen van dat moment. Ik was Magnurr kwijt en even later verloren we ook Ayal.”
“Het was moord. Een man van grote hoogte op de stenen te pletter laten slaan.”
“Jij hebt toch ook fouten gemaakt Elerro?”
“Nee. Jij,” snauwde hij zijn vinger priemend naar de Drakenheer uitgestoken. “Jij hebt geen recht van spreken.”
“Je vaderde een zoon bij de toekomstige koningin, hebt hem vreselijk verwaarloosd en was niet mans genoeg om je aan haar invloed te onttrekken. Je hebt je eigen leven behoorlijk verpest.”
“Ik kon geen kant op,” beet Elerro van zich af.
“Werkelijk Elerro? Heb jij al die tijd niet eenvoudigweg de schuld op mij afgeschoven? Was het niet makkelijker om te geloven in een grote boeman en hem de wraak te verklaren? Was het immers niet je recht om geloof te hechten aan rechtvaardigheid, om te geloven in een universele kracht die de balans in de wereld zou herstellen in plaats van zelf de schouders er onder te zetten en een andere weg in te slaan? Een weg die weliswaar moeilijk zou zijn geweest, met telkens weer vallen en opstaan, maar zoveel meer zou hebben gebracht. Geen geweld, onvrede en teleurstelling, maar voldoening. Een beter leven?”
Hij kon de blik van de Drakenheer niet loslaten, net zomin als de Drakenheer zijn blik niet los kon laten. De man had uit het hart gesproken, woorden van waarheid gesproken. Had hun beider leven in een paar zinnen samengevat.
Ze konden elkaar enkel in de ogen staren terwijl het stof, opgeworpen door hun roerig verleden, in alle kalmte neerdaalde. Ze konden elkaar nu waarlijk in de ogen kijken om te zien dat zij eigenlijk niet zo veel verschilden.
Elerro stak zijn hand over de tafel uit naar de Drakenheer.
“Een beter leven.”
De Drakenheer drukte hem krachtig de hand en antwoordde: “Op een beter leven.”


 
© mamba. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.
Nota:

Ik weet dat het een lang stuk is, toch leek het me beter het in zijn geheel te plaatsen.
 

WAT ER AAN VOORAF GING
 
Vanuit het niets worden de Halfdraken en draken van hun kracht beroofd. Het stelt Elerro in staat om de Drakenheer in een dorp bij Furus Top gevangen te nemen en naar Baccar te vervoeren. Intussen wordt ook Vlam samen met Trentyn door mannen van de koningin naar de hoofdstad gebracht. Daar worden ze opgewacht door koningin Vennys. Vennys lijkt wel heel geïnteresseerd te zijn in het vriendinnetje van haar zoon. Stiekem besluipt ze Vlam als Vlam een bad neemt. De koningin ontdekt tot haar grote vreugde dat Vlam een Halfdraak is. Ze zorgt er dan ook voor dat Vlam en Trentyn niet zomaar het kasteel uit kunnen. Als snel ontdekt het stel dat ze gevangen zitten in het web van Vennys. Ondertussen werpt de koningin alles in de strijd om Vlam naar zich toe te trekken. Er wordt zelfs een huwelijk gearrangeerd. Als Vlam dit hoort raakt ze zo van streek, dat het plan van de koningin voorlopig van de baan is. Nu Vennys zo druk is met Vlam, Trentyn en de Drakenheer (die opgesloten zit in haar kerkers), roept Merax haar op het matje wat uitmondt in een onprettige confrontatie. Ook magiër Meccart gaat zich er mee bemoeien. Hij weet heel goed van Vennys' bedoelingen met Vlam en biedt geheel onverwacht Vlam zijn hulp aan. Dit leidt tot enigheid tussen Vlam en Trentyn al is het al snel weer koek en ei. Met hulp van Meccart, die hen ook nog eens weet te vertellen dat een meteoriet verantwoordelijk is voor de zwakte, bevrijden ze de Drakenheer. Echter, loopt niet alles volgens plan. Vlam eindigt in de klauwen van de koningin en beleeft een memorabele nacht. Bij het aanbreken van de ochtend blijkt Vennys wel heel ver te gaan om het drakenmeisje in haar bed te krijgen. In totale paniek ontsnapt Vlam, wordt ze neergestoken en is eindelijk Caer daar om haar te redden. Alhoewel...


 
Profiel foto van Breinpijn
Een zeer informatief deel, maar voor mij ook een heel mooi deel. Hier bewijs je wederom dat je echt goed schrijven kunt. Dit deel loopt zo mooi vloeiend en de woorden en de zinnen lijken zich als vanzelf aan elkaar vast te rijgen. Ik heb dan ook, afgezien van de onderste twee opmerkingen, verder helemaal niets op dat gebied aan te merken. Het staat als een huis, verklaart het een en ander, borduurt voort op de lopende verwikkelingen en ronden mooi af. Ergens heb ik wel het gevoel , dat hoewel ze elkaar een hand geven, dat ze de strijd evengoed aangaan.

De man zei te zijn gestorven, maar toch zat er een ondode man tegenover hem.>deze zin klonk me een beetje vreemd in de oren. Ik begrijp je insteek wel; een ondode man is inderdaad gestorven, maar de drakenheer is zo levend als maar kan zijn dus ik denk dat er een tegenstelling in de zin moet. De man zei te zijn gestorven, maar toch zat er een levende man tegenover hem. Anders bevestig je eigenlijk het voorgaande, dubbel dus. Er zou dan als het ware staan: De man zei te zijn gestorven, maar toch zat er een dode man tegenover hem, maar misschien interpreteer in ‘ondood’ wel verkeerd.

In de nota ben ik even de weg kwijt. Er staat dat de halfdraken en de draken van hun kracht beroofd werden, maar, of ik heb dat verkeerd gelezen en geïnterpreteerd of er stond dat alleen de drakenheer en zijn draak van hun kracht beroofd werden. Volgens mij alleen hun twee. 

Wist je dat ik dit stuk eerst heb overgeslagen en pas later heb ingevuld? Ik had het beeld van twee veteranen die een goed gesprek aangingen al voor ogen, en 's nachts terwijl ik in bed lag het gesprek erbij gefantaseerd, maar ja dan wordt je 's ochtends wakker en weet je de strekking ervan niet meer precies. Ik wist dus even niet wat ik er van moest maken, heb zelfs gister nog wat kleine aanpassingen gedaan.

Ik kan je mijmering over ondode wel begrijpen, ik laat het nu zo, maar blijf het wel in mijn achterhoofd houden.

Ik zal de nota nog eens checken, kan best zijn dat in de haast om alles kort samen te vatten er iets staat wat niet klopt, hetzij onduidelijk is. In ieder geval heeft die zwakte alle Halfdraken én draken getroffen. 

Nu ik er over nadenk, begrijp ik waar de verwarring zit. De focus van het verhaal ligt op een aantal personen en Het Tiental staat meer op de achtergrond. Dat de Drakenheer verzwakt is, wordt duidelijk in het verhaal. Hetzelfde geldt voor Vlam die zich dus duidelijk niet helemaal lekker voelt. Over de andere draken en Halfdraken is enkel gezegd dat zij vermoedelijk aan hetzelfde lijden. Zij zijn sinds het inslaan van de meteoriet niet 'aan het woord geweest', dus is hun lot onduidelijk, maar zij zijn er wel degelijk door getroffen. Ik denk dat hierin de onduidelijkheid zit. 
Profiel foto van astra
Wat kun jij goed overschakelen van het ene perspectief naar het andere. Elerro en de drakenheer klinken anders dan Vlam en de koningin.
Heel knap gedaan. Dat het wat langer was, heeft mij niet gestoord. Ik was zo benieuwd naar de informatie dat ik graag tot het einde wilde lezen.
Soms ben ik wel een beetje de draad kwijt met alle namen. Misschien zou je af en toe een toevoeging kunnen doen, nu bijvoorbeeld in de nota: Meccart, de magiër. Ik dacht even dat het de koning was, maar die heet net even iets anders.
Het houdt me wel alert, om uit te puzzelen of de naam voor een stad, een mens of een draak staat, maar het liefst lees ik meedromend door. 

Bedankt voor je mooie woorden. Dat je ieder personage een eigen stem vindt hebben, is voor mij een mooie opsteker. Ik heb geprobeerd om ze anders te laten zijn, maar toch zijn ze allemaal verbonden door mijn algehele schrijfstijl. De vraag is dan of verschillen goed worden opgepikt.

De namen, oké. Heb bewust al gekozen voor een handvol hoofdpersonages en niet al te veel personages aan de zijlijn. Ik geef de vervolgverhaalstructuur maar de schuld :P Op mijn profiel straat trouwens ook een lijst van personages. 
Profiel foto van Henny
Zeker heel informatief en het geeft veel meer duidelijkheid over het een en het ander. Dat jij kunt schrijven laat je in dit deel weer duidelijk blijken. <img src='img/smileys/cheer.gif' alt='(cheer)' Title='(cheer)'>

Bedankt <img src='img/smileys/shy3.gif' alt='(shy)' Title='(shy)'>