Welkom op Web Tales

De meest innovatieve schrijverswebsite in de Nederlandse taal


Het oog van de draak (37)


Geschreven door mamba
15 maart 2017 19:57
Categorie: Fantasy

vorig deel: Het oog van de draak (36)
volgend deel: Het oog van de draak (38)

Leestijd: ca. 3 min.
Aantal keer gelezen: 79 Aantal reacties: 3
Aantal leden : 0
 0
De Auteur wil graag inhoudelijk en technisch commentaar op zijn werk

Het oog van de draak - Deel 37

 
De Drakenheer

Vreselijk belabberd had hij zich gevoeld toen hij in die kooi naar Baccar was gebracht en als een gekooid beest aan de koningin was getoond. De vernedering was nog niet het ergste geweest, maar die blik van haar... Een vrouw van buiten zo schoon, maar vanbinnen verdorven. Hij had op dat moment geweten dat ze hem zou proberen te kraken. Zij zou de zwakte die hij nog altijd voelde uitbuiten. Als hij de energie er voor zou hebben gehad, dan zou hij gefrustreerd zijn geweest. Echter voelde hij zich momenteel vooral terneergeslagen.
Het enige lichtpuntje was dat Fortis Elerro was ontglipt. Met veel moeite had de draak zijn vleugels gespreid en was hij weggevlogen. Al wat de Drakenheer had kunnen doen was toekijken hoe Fortis werd opgeslokt in het blauw terwijl hij zelf slap en vastgebonden op de grond had gelegen. Tijdens de dagenlange reis had Elerro hem telkens met die vreemde blik bekeken en had hij zichzelf afgevraagd of zijn laatste uur aanstaande was. Hij was nu kwetsbaarder dan ooit, werd niet langer omgeven door een cocon van drakenkracht.
Een geluk voor hem was dat hij nog altijd onsterfelijk werd geacht en hij enkel opnieuw was opgesloten. Een andere cel dan de laatste keer, maar niet noodzakelijk beter. Licht kon er mondjesmaat binnen dringen net als de frisse lucht, maar tralies en steen bleven tralies en steen. Meccart was ook nog langs gekomen om met wat spreuken de muren te versterken. Het was een vreemde ontmoeting geweest. Meccart had zijn bezwerende woorden niet in volle overtuiging gesproken. De Drakenheer had het idee gehad dat de man een praatje met hem wilde aanknopen, maar toch was er geen woord gezegd. De ogen van de magiër hadden hem uitsluitend belangstellend opgenomen.
Echo’s van voetstappen verrieden dat er zich bezoek aankondigde. Meerdere personen of iemand met veel wachters. Een bijzonder gezelschap, bleek toen zijn celdeur open zwaaide en hij oog in oog stond met de bezoekers. Elerro, Meccart, de koningin en Vlam. Natuurlijk waren er ook wachters, maar zijn aandacht ging enkel uit naar Vlam. Het was zorgelijk haar te zien in dat gezelschap. Ze zag bleek en haar ogen stonden dof. Het leek er sterk op dat zij door hetzelfde was getroffen als hem.

“Waar is de zwarte draak,” snauwde de koningin.
“Niet hier.”
“Kan je hem gebruiken om die draak hierheen te halen,” vroeg de koningin Meccart.
“Het valt te proberen.”
“Schiet dan maar op, want ik heb haast,” zei de koningin waarna ze met ruisende rokken vertrok.
Iedereen leek zichtbaar opgelucht dat zij het cellenblok verliet. Toch bleven woorden uit. Elerro keek hem weer aan met die vreemde blik van hem. Vlam leek overdonderd door zijn slechte voorkomen en keek hem meelijwekkend aan. Meccart prevelde iets wat nauwelijks een fluistering kon worden genoemd. Het effect voelde hij echter wel. Het was alsof onzichtbare handen aan hem trokken, zijn huid wilden openrukken om het kloppende hart in zijn borstkas te onthullen. Een naar stukje magie dat hem in andere omstandigheden nooit zou hebben kunnen raken. Te vermoeid was hij om zich er tegen te verzetten. Desondanks leek de ander niet in staat om te vinden wat hij zocht.
“Zit niet zo te rotzooien met mij,” bromde de Drakenheer.
Ineens was het vreemde gevoel weg.
“Het is nog altijd daar. Even ongrijpbaar als altijd, maar het is maar weinig,” hoorde hij Meccart zeggen.
“Hij is niet meer dezelfde sinds hij en die draak van hem vanuit het niets tegen de grond gingen,” sprak Elerro. “Ik ben dan wel geen magiër, maar zelfs ik kan zien dat de magie deze man aan het verlaten is.”
“Wat denk jij oude vriend?”
Elerro trok zijn wenkbrauwen bedenkelijk op in reactie op Meccarts woorden.
“Dat hij dood beter af is.”
“Doe hem geen pijn,” smeekte Vlam.
De mannen keken haar belangstellend aan. Er school iets vreemds in hun ogen alsof ze hetzelfde dachten. Ze bekeken haar met ontzag, wat blijk gaf dat beide wisten wat Vlam was, maar ook met een blik doordrongen van tederheid, want zij zagen ook het fragiele meisje.
“Dat zal ik ook niet doen,” zei de oude krijger. “Zelfs ik ben er de man niet naar om een gevangene in die staat te doden. Drakenman of niet.”
“Kom meisje,” sprak Meccart. “Dit vertoon is niet goed voor je.”
Vlam verdween met Meccart en Elerro die nog snel de celdeur vergrendelde. Het was een kort merkwaardig bezoek geweest, maar er leek heel veel in woorden en blikken te sluimeren. Alles stond op z’n kop.


 
© mamba. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.
Nota:

Volgende keer: Een lichtpuntje voor Vlam en Trentyn, alhoewel...
 
 
Profiel foto van Breinpijn
Uit het laatste stuk van het eerste deeltje, merk ik op dat Meccart misschien een dubbele agenda heeft. Dat hij de drakenheer meer respecteert (of misschien vreest) dan hij wil toegeven aan zichzelf en aan Elerro en de koningin. Die dubbele agenda zou er uit kunnen bestaan dat hij magie aan de drakenheer wil ontfutselen. Tenslotte is hij beloofd aan hem door Vennys, meen ik me te herinneren. Misschien is het hem om de zwarte draak te doen.

Echter voelde hij zich momenteel vooral terneergeslagen.>deze zin voelt ‘krom.’ Echter, hij voelde zich momenteel.... lijkt me sterker. Dit zou mij ook beter lijken in de eerste zin: Vreselijk belabberd had hij zich gevoeld toen hij in die kooi naar Baccar>Hij had zich vreselijk belabberd......

 

Goed denkwerk brein, maar... Nou ja, maar....
 

Tja, misschien denk ik te veel door. Vandaag had ik ook van die momenten en toen dacht ik bij mezelf: wat als men alle (of in ieder geval een aantal) magiers van het land zou verzamelen/bijeenbrengen. Zouden die geen tegenwicht kunnen bieden tegen een drakenaanval? Net zoals Meccart Fortis heeft uitgeschakeld. 

Dat vind ik een hele interessante mogelijkheid, iets waar ik zelf nog niet aan had gedacht. Magiërs hebben niet echt een rol in het verhaal, alleen Meccart is zo nu en dan in beeld. Om je vraag toch te beantwoorden, met z'n allen zouden ze goede tegenstand kunnen bieden, maar drakenkracht is van een ander niveau dan 'gewone' magie. Trouwens Meccart heeft Fortis niet uitgeschakeld. Fortis viel door onverklaarbare reden uit de lucht. Ik kan wel zeggen dat dit een belangrijk mysterie is en dat er binnenkort veel meer duidelijk over wordt. 
Profiel foto van astra
Nou, ik hoop maar dat de volgende keer snel komt, een lichtpuntje kan ik wel gebruiken.
De Drakenheer verliest kracht, Vlam ziet er moe en dof uit. Er worden alsmaar mysterieuze blikken gewisseld.
Een lichtpuntje hier is dat Elerro en Meccart zich wel om Vlam lijken te bekommeren al is hun langere termijn bedoeling niet duidelijk.
Ik mis Trentyn, die zal wel moeten werken dan.

Trentyn is er inderdaad niet bij omdat hij gewoon dienst heeft. 
Profiel foto van Henny
Ik vraag mij af waar ondertussen de draken zijn. Het lijkt mij voor de draken niet gebruikelijk zo lang hun drakenheer of vrouw te verlaten. Wat weerhoud ze... Natuurlijk kunnen ze niet dicht bij het kasteel zijn, maar waar dan wel?

Goede vraag; waar zijn Fortis en Caer? Ze zijn er wel maar niet binnen handbereik.