Web tales logo

Welkom op Web Tales

De meest innovatieve schrijverswebsite in de Nederlandse taal


Dichtersleed 8


Geschreven door harrem
11 december 2016 18:03
Categorie: Humor

vorig deel: Dichtersleed 7

Leestijd: ca. 4 min.
Aantal keer gelezen: 65 Aantal reacties: 1
Aantal leden : 0

Dichtersleed 6 + 7 beschreven hoe sommige lezers niets hebben met het begrip "fictie". Dat uitte zich in 2010 door overgekookte reacties op mijn verhaal “Hapkuiten”. De simpele plot kan een peuter bedenken: hondje bijt; hondje foei. Verhaal klaar; als je gezichtsveld een neuslengte lang is. Soms zit de clou in een laagje eronder. Wie zijn ogen alleen maar vluchtigjes over de tekst laat glijden mist ‘m geheid. Maar dat bleek geen bezwaar om commentaar te leveren. Overigens is een van de leukste commentaren: iemand begon in mijn tweedelige verhaal met deel 2 en mopperde “dat hij er niets van snapte”. Dat heb ik nou ook als ik achteraan begin…

Eerder noemde ik drie excellente voorbeelden van korte verhalenschrijvers: N., P.Z. en B. Zij waren meesters in het plaatsen van de clou. Die zat soms pas in de laatste regel. De zwakte in mijn eerdere vertellingen was volgens hen, dat ik de clou veel te vroeg weggaf. Aan zulke kritiek heb je wat, want dan weet je waar je aan moet werken. Ik besloot in “Hapkuiten” de pointe goed te verbergen. Te goed. Wie het verhaal vluchtig las zag helemaal geen pointe. Dat leidde tot klagerige reacties als “ik snap er geen hout van” en “je moet transparanter zijn”. Maar dat was nog niets vergeleken bij de verwensingen.

Vanwege die verrassende commotie rond "Hapkuiten" schreef ik als vervolg “Sonnet voor een jogger” in de vorm van een veertienregelig rijmseltje. Eigenlijk een hekeldicht. Gevolg gevend aan de opgewonden reacties op het eerste verhaal liet ik dat hondje een akelige dood sterven in dat gedicht. Nou, toen waren de rapen gaar… Daarvóór al werd het verzonnen bijtincident gezien als een journalistiek verslag van iets waargebeurds. Omdat dat in de “ik-vorm” was geschreven stond het voor menigeen vast: de schrijver was de ontaarde baas van een valse hond. Het regende aanbevelingen voor gedragstrainingen (voor de hond) en psychotherapie (voor mij). Eventueel omgekeerd… Het verhelderend bedoelde gedichtje hielp niet, want dat zag men als mijn openbare bekentenis van dierenmishandeling.

Je houdt je hart vast wat de impact is van het lezen van Sneeuwwitje en Assepoester als ze dat in handen krijgen. In die orgie van agressieve reacties ging ene Lijp voorop, maar iemand met de originele nickname Dropveter kon er ook wat van. Met schaamrood op de kaken moet ik bekennen, dat ons hele gezin in een deuk lag. Voor mijn lief Machteld was Dropveter favoriet, want Lijp was volgens haar gewoon gestoord. Bij Dropveter moest ze altijd een beetje in haar broekje piesen van het lachen.

Was ik al geen dichttalent, Lijp bakte er helemaal niets van toen hij in dichtvorm (uiteraard kwaad) reageerde op “Sonnet...”. Hij die Chaka dreigde dood te schoppen, verklaarde mij tot dierenbeul. Dropveter viel op, doordat hij quasi-begrijpend vaststelde, dat psychotherapie heilzaam voor mij zou zijn. Om overtuigend over te komen, legde hij uit dat hij een rashond had. De logica ontging me volkomen en Machteld hield het weer niet droog. Misschien herkent u iets of iemand. Als je de karakteristieken van deze twee figuren - verrijkt met die van andere overgekookte reaguurders - bij elkaar voegt… dan heb je het personage DDD, dat in deze serie af en toe de kop opsteekt. Drammen, dichten en de betuttelende dominee uithangen.

Hoe in godsnaam moet je reageren? Wat je ook daarna zegt, het is altijd fout. Een belangrijk leermoment was er toen bleek dat het reaguurders helemaal niet ging om een discussie of een leuke gedachtewisseling. Sterker nog, het ging op dat punt aangekomen inmiddels helemaal niet meer om het stukje... Taalvorm, taalopbouw, woordspelingen en verdere karakteristieken van een stuk tekst interesseerden hen geen lor. Daarover iets uitleggen was verspilde moeite, want ze wilden gewoonweg hun ei kwijt met hun aparte commentaar. Mijn laconieke gedachte is, dat ze welkom zijn in dat venstertje onder mijn verhaal. Dat is letterlijk een venster, want het geeft ook inkijk in de menselijke ziel als je daar je innerlijke roerselen ongeremd deponeert.

In mijn Lezersclub zit Taaie Tinus (Tinus Taaymans), die nogal recht voor zijn raap al die reuring samenvatte met: “Wat sta je toch uit te leggen, man. Ze hebben op de basisschool toch begrijpend lezen gehad?” En dan Joost Proost: “Je zou deze mensen moeten beschermen tegen het lezen van historische verhalen. En van misdaadromans!”. Jeetje, daar zegt hij wat. Waargebeurd of fictief, in historische verhalen en misdaadromans staan de vreselijkste dingen.

Onlangs noemde ik in een paar stukjes een onhebbelijk trekje van de Nederlandse volksaard: het zogenaamd opnemen voor de zogenaamd onderdrukte medemens. Is het dan niet ontwapenend als criticasters verwijtend vaststellen dat mijn hekelstukjes een hekelig karakter hebben? Het is net zo waar als dat water per definitie nat is. Arme President Recep Tayyip E. , arme Tsaar Ivan de V. (niet de Vries) en arme Partijleider Kim Jong-U., met wie ik de spot drijf. Gelukkig verdedigt er altijd wel iemand jullie tegen mij.

Maar gemiddeld heeft ons volk best wel gevoel voor humor. Hoewel de afdeling ironie een beetje onderbezet lijkt te zijn. Om de kleinkunstenaar Wim Sonneveld te parafraseren: “wat is er met de ironie gebeurd, meneer Sonneberg? Dat vraag ik u af!”. De term "surrealistisch" valt mij te binnen, hetgeen me doet terugdenken aan een roemruchte tv- uitzending in januari 1984:

Toen begroef in de uitzending het duo Koot en Bie een biljet van duizend gulden bij de Pyramide van Austerlitz. Nauwelijks was het programma afgelopen of een hysterische meute begaf zich diezelfde nacht nog naar de Utrechtse Heuvelrug. Bij het schijnsel van zaklantaarns werd de kwetsbare bosgrond omgespit. Ondertussen vormden zich op de toegangswegen files van nieuwe “gouddelvers”. Een ingelast bericht op de tv moest uitleggen, dat het programma fictie was.

Dat is het… ik moet zendtijd inkopen om te waarschuwen als ik een hekelstuk af heb…


© harrem. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.
Nota:
Profiel foto van Breinpijn
Iedere keer als ik bij het overzicht de ‘DDD tjes’ zie staan, veer ik op, baant er zich een glimlach van oor tot oor (nee, geen Siciliaanse stropdas) door toto op mijn gezicht en begin ik spontaan te schokken. Lezen moet ik dan. Deze perikelen zijn namelijk gewoon hilarisch, zeker met de gebruikte verbaliteit. I love it.
Die laatste zin doet 't 'm. Dat is inderdaad de beste oplossing voor zwakzinnige lezers behept met een reaguurdersyndroom. Ik blijf gewoon lekker lezen en genieten. <img src='img/smileys/jump3.gif' alt='(me)' Title='(me)'>

Dat heb ik nog niet gedurfd... twijfelen aan de geestesgesteldheid van deze of gene. Misschien is het daar eens tijd voor, omdat ik als beleefd mens iedereen begin serieus te nemen. Tot mijn schade.

Dank voor je belezen commentaar.