Web tales logo

Welkom op Web Tales

De meest innovatieve schrijverswebsite in de Nederlandse taal


Dichtersleed 7


Geschreven door harrem
4 december 2016 19:39
Categorie: Humor

vorig deel: Dichtersleed 6
volgend deel: Dichtersleed 8

Leestijd: ca. 4 min.
Aantal keer gelezen: 60 Aantal reacties: 1
Aantal leden : 0
Chaka, zo heette een denkbeeldige kleine terriër. De simpele plot stond in deel 6: Chaka bijt een man in het park. Bij het uitrollen van het verhaal blijkt, dat Chaka een geheim koestert. Ik doe het verhaal hier niet over, want dan bezondig ik mij aan een oude fout: behulpzaam de clou uitleggen.

In 2010 oefenende ik in onverwachte wendingen in het verhaal “Hapkuiten” (waarin Chaka de hoofdrol heeft). Een pointe berust deels op inspiratie, deels op techniek. Ik probeerde bij gerenommeerde schrijvers de truc daarvoor af te kijken.

Drie van hen zijn inmiddels (semi)professioneel actief. Zij waren bedreven in juist positioneren van verrassende ontknopingen. Ik popel om hun namen te noemen, maar ik zie er toch maar vanaf. Overweging: ons land kent anderhalf miljoen zondagsschrijvers. Ik wil die andere 1.499.997 niet voor het hoofd stoten door hen onvermeld gelaten. Bovendien moet ik onder de 1000 woorden blijven.

Die drie coryfeeën N***** , P**** Z******* en B***** zaten evengoed in de rol van recensent. Aan hun commentaren had je wat. Daar kon menigeen een voorbeeld aannemen, die in een commentaarvenster pleurt “dat iets bagger is”. Prima wat mij betreft. Maar dan ook uitleggen waarom. Argumenten onderbouwd door voorbeelden en feiten maken een recensie pas waardevol. Zonder dat is het ordinair getier, waardoor het commentaar - ironisch genoeg – op de beoordeling gaat lijken: bagger.

N., P.Z. en B. (twee dames en een heer) waren meesters van de onverwachte wending. Wie hun verhalen las, wist vaak pas in de laatste zin wat de clou was. Ze blonken uit in het vertellen over soms... niets. Maar dan in prachtig Nederlands verpakt. Oefeningen in stijl, verpakt in humor, waar je wel oog voor moest hebben. Van hen leerde ik, dat ik de kern van een verhaal, van een grap, veel te vroeg weggaf. Daar moest dus aan worden gesleuteld. Met het verhaal over Chaka probeerde ik hun adviezen in de praktijk te brengen. Nou ik heb het geweten!

De explosie van humorloze reacties op “Hapkuiten” was achteraf amusant. Het fictieve hondje, dat een denkbeeldige wandelaar in zijn gefantaseerde ballonkuiten beet, ontlokte onwaarschijnlijk veel agressie. Ik kreeg bloedserieuze adviezen over wat ik moest doen met Chaka. Euthanasie was favoriet, maar trainingen voor hond èn baas scoorden ook hoog. Voor mij had men psychiatrische begeleiding in gedachten. Waarschijnlijk zou dat ook nodig zijn geweest als ik één specifieke aanbeveling had opgevolgd: de hond doodschoppen.

Uit die reacties bleek, dat sommige lezers (fictieve) teksten beschouwen als een verzameling reportages, weergaven van werkelijk gebeurde wissewasjes. Ik herken het wel, want ik heb lang voor een Dierenmagazine verslagen gemaakt van sportlezingen, kattenexposities en dergelijke. Saaiheid troef, maar de abonnees smulden van eindeloze opsommingen van kampioenen en prijswinnaars. Maar dat is eigen aan journalistiek. Toen ik op dit soort schrijverssites van alles uit een dikke duim kon zuigen, was dat een verademing. Maar misschien ben ik zo vastgeroest, dat mijn fictieve verhalen iets weg hebben van een waarheidsgetrouw verslag over een kleindiertentoonstelling in Harmelen.

De agressieve reacties op “Hapkuiten” deden vermoeden, dat er een heel contingent opgesloten reaguurders was ontsnapt of losgelaten. Koploper onder de reaguurders was Lijp, die bij zijn account zo'n innemende foto heeft (zie Dichtersleed 6). De pafferige aanblik, bril op zijn neuspunt gezakt, deed niet denken aan de Groene Hulk, waarin hij veranderde als hem iets niet beviel! Omstandig beschreef hij in opeenvolgende reacties wat hij in petto had voor Chaka. Doodschoppen was nog zijn mildste fantasie. Hij is een van mijn oudste herinneringen aan het fenomeen DDD, dat in deze serie een rol speelt. Na Lijp bleken er nog veel meer DDD's te bestaan, maar Lijp staat model. Hij is het prototype, zal ik maar zeggen. Wat ze met elkaar gemeen hebben: ze worden boos als je om een toelichting vraagt op hun geposte getier. Zo ook Lijp, die op mijn minzaam verzoek om nadere toelichting reageerde door nog meer in woede te ontsteken. Commentaar op zijn commentaar bleek verboden…

Daarover polste ik leden van mijn Lezersclub. Voor een evenwichtige kijk zitten er in het panel wat tegenpolen. Pro memorie: liefst twee priesters (Deken Joost Grootaers en Pater Fellatius), die een christelijke gedachte direct herkennen. Ze stelden namelijk vast dat die commentatoren “liever geven dan nemen”. Vertaald: reaguurders delen graag sneren uit, maar een weerwoord kunnen niet incasseren.

Voor het evenwicht zitten er in het panel ook Louw Loenen en Taaie Tinus (eigenlijk Tinus Taaymans). Anti-intellectualistische typen met een gezonde kijk op zaken. Ze zitten trouwens beiden in zaken. Soms lijkt dat schimmig, maar volgens hen is wat ze doen eerlijk als goud. Daaraan toegevoegd dat ze toevallig ook nog eens in de goudhandel zitten. Hun nogal recht-toe-recht-aan mening over opgewonden reaguurders is, dat voor sommige lezers ironie zoiets als vergif is. Panellid Eulalie de Kittelaere, wie kent haar niet, die altijd wat sussend optrad in voorgaande afleveringen, heeft wel begrip voor de reaguurders: “Misschien zijn ze allergisch voor humor”. Dat zal het zijn; jammer dat allergie gepaard gaat met zo’n ruzietoon.

Voor een volgende inzending frutselde ik een gedicht “Sonnet voor een jogger” in elkaar:

Een jogger jogde monter voort

door bos, door park, langs weide.

Dat deed hij doorgaans ongestoord

tot eensklaps langs zijn zijde
 

een hondje met een vacht zo wit

zo snel rent als dat híj gaat.

Zij toonde hem haar scherp gebit

wat leidde tot zijn wandaad.

 

De hardloper trapt naar haar snuit,

het diertje jankt, het lijdt, och jee,

haar bloed spuit alle kanten uit!


Haar schedel kraakt; door pijn en smart

spert zij haar bek en spuugt er uit

wat hij verloor… zijn credit card
 

De criticasters hadden hun zin. Einde hond, het doodschoppen kon worden afgevinkt en ik kreeg mijn (onverbeterlijke) zin door de knipoog in de laatste regel. Grappige twist, dacht ik. Fout!

Want toen brak de hel helemaal los. Verdorie alweer een cliffhanger.


© harrem. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.
Nota:
Profiel foto van Breinpijn
<img src='img/smileys/applaus.gif' alt='(applaus)' Title='(applaus)'> Je hebt het helemaal begrepen: cliffhangers dienen opgevolgd te worden door een vervolg (eenvoudig niet?). Zo kun je eigenlijk eindeloos doorgaan tot je een vervolgverhaal hebt. Zo noemen we dat tenminste. Cliffhangers zijn fijn. Sommigen zijn er meesters in, maar eigenlijk zijn dat vreselijk irritante schrijvers want de lezer zit geboeid ademloos te lezen en dan ‘Bam,’ een clifhanger waarna vaak in het volgende stuk een nieuwe wending, een nieuwe insteek, een nieuw personage wordt geïntroduceerd of een ander deel van het verhaal wordt vervolgd. Irritant, maar razendknap.

Ik moest overigens bij het lezen over de reaguurders die alles wat geschreven wordt voor waar aannemen direct denken aan enige tijd geleden. Op teevee was een vrouw die een mening gaf over asielzoekers. Ze pikten onze banen in etc. "Hoe weet u dat, mevrouw," werd haar toen gevraagd. : Nou," zei ze, "het staat toch op facebook (hier gepersifleerd met ‘feacesboek.’ Lachen, man.....

Genieten doe ik nu, genieten van dit fantastische stukje met taalgebruik waar ik van smul als van een chocoladeletter op st. Nicolaas avond. Derhalve ben ik van mening dat drie sterren uit de zak moeten worden opgediept en aan het plafond van dit verhaaltje dienen te worden gehangen. Keep up the good work!   Please? 

Goed te weten dat iemand er doorheen kan prikken. Verder leesplezier toegewenst.

Tja, Facebook is de nieuwe bijbel voor sommige mensen.