Web tales logo

Welkom op Web Tales

De meest innovatieve schrijverswebsite in de Nederlandse taal


Dichtersleed 5


Geschreven door harrem
28 november 2016 02:33
Categorie: Humor

vorig deel: Dichtersleed 4
volgend deel: Dichtersleed 6

Leestijd: ca. 4 min.
Aantal keer gelezen: 75 Aantal reacties: 1
Aantal leden : 0

Waar slaat Dichtersleed op…? Het antwoord komt vanzelf een keer naar boven drijven. In Dichtersleed 19 of 20 of zo; maar toch dit alvast:

Last van Dichtersleed had de hedendaagse prins onzer dichters, DDD. Deze criticaster schrijft wonderlijke recensies in commentaarvensters. DDD staat symbool voor een bont gezelschap reaguurders. Hun tere zieltjes zijn door mijn schrijfwerk deerlijk getroffen. Alstublieft, daar hebt u al een stukje leed. De metafoor “DDD” ontstond in het begin van deze serie (titel: DDD Dierendag), waarin een poepende hond en DDD sterke overeenkomst vertoonden. Ze drukken allebei hun onwelriekende innerlijke roerselen uit en zijn dan pleite.

DDD gaf het dwingend advies, dat ik transparanter moest schrijven. Ik diende mij rechtstreeks te richten tot gehekelde (hoofd)personen in mijn verhalen. Regieaanwijzingen zijn welkom, maar graag een beetje gestructureerd... Iets onverkwikkelijks, dat ik in het advies opsnoof, was die Hollandse onhebbelijkheid om het altijd zogenaamd op te nemen voor de onderdrukte medemens. De gehekelde personages in mijn stukken zijn door hun dagelijkse bezigheden (frauderen, verkrachten en onderschoffelen) niet bepaald teergevoelig. Behoefte om te worden verdedigd hebben ze niet, zeker niet door een labiele DDD. Geen argumentatie, ontbrekende bewijsvoering en zomaar wat rondroepen, resulteren alleen maar in nutteloze adviezen. Met de nadruk op loze. Waarschijnlijk liet zijn referentiekader het niet toe, maar hoe ik die hoofdpersonen rechtstreeks moest bereiken, stond niet in het advies. Het reële probleem met die gehekelde personages is, dat 95% allang (tot eeuwenlang!) dood is. En de 5% die nog leeft, is niet goed benaderbaar, een kenmerk dat alle moordzuchtige dictators met elkaar gemeen hebben.

Taaie Tinus, u bekend als gewaardeerd panellid in mijn Lezersclub, onderzocht deze fascinerende situatie rond een tip van niks. Hij passeerde hier eerder de revue, maar is wat onderbelicht gebleven. Plaatsgebrek (want ik streef ernaar onder de 1000 woorden te blijven)! Na een tienmaandse cursus Copywriten bij het LOI schrijft hij zelf. Onlangs nog tekst voor op doosjes Smarties en voor de handleiding bij een Gamma-heggenschaar. Zoals hij zelf zegt: "Schrijven is schrijven, het maakt niet uit op welke plaats…" Houdt die gedachte vast! Tinus baseert hierop namelijk de stelling dat je (omgekeerd dus) de schrijfsels van commentariërende inzenders ook als ingezonden tekst moet recenseren.

Tinus heeft een rondje cabaret gedaan en zijn bevindingen vergeleken met wat we hier op schrijverssites meemaken. Hij heeft de manier van reageren van publiek in de zaal vergeleken met die van inzenders van commentaren. Daarvoor koos hij reacties op gebruik van ironische teksten. De meer geëngageerde cabaretiers, krijgen regelmatig ervan langs op het internet. Men stelt, dat een cabaretier niet leuk is, maar eigenlijk onthult zo'n commentaar veel meer. De klagers blijken bezoekers te zijn, die na een voorstelling teleurgesteld hun uitgegeven centen natellen. Weggegooid, vindt men, want men heeft helemaal niet kunnen lachen. Uit Tinus' onderzoek blijkt dat men de grappen niet snapt.

Het is veelzeggend, dat publiek van André van Duijn en Tineke Schouten daar geen last van heeft. Bij die bezoekers is het een kwestie van in de zaal zitten, broeksband wat losser maken en de knop naar standje lachen draaien. Zonodig legt je wederhelft naast je de grappen uit. Andersoortige kleinkunstenaars doen het begripsvermogen van hun publiek echter geweld aan door uitdagender cabaret. Tinus ontdekte in discussies op het internet, dat performers zoals Micha Wertheim, Ronald Goedemondt en Guido Weijers tegenstrijdige reacties oproepen. Ergernis, ophef, weglopen uit de zaal, kortom… bezoekers zijn op hun p*k getrapt (of op hun fl*moes, als dat technisch mogelijk is).

Zulk spektakel komt voor wanneer publiek aan het denken wordt gezet. Voor de goede orde: ik vind deze cabaretiers niet per definitie en altijd leuk. Zonder per se fan te zijn, amuseer ik me niettemin met interessante, intelligente plotten in hun teksten. Die stemmen tot nadenken. Met zulke ballast word je door Bert Visscher en Jopie Parlevliet (= Richard Groenendijk) niet lastig gevallen.

Op forum.fok.nl had een zekere PartyAmber een voorstelling van Micha Wertheim bijgewoond. Hem was opgevallen, dat de helft van het publiek grappen vaak niet vat, omdat ze achtergrondkennis ontberen. Voorbeeld: het meisje naast PartyAmber vroeg haar vriendje of het Stockholmsyndroom (waarover Wertheim schertste) inhoudt dat je het koud hebt. Wat was daar nu voor grappigs aan? Haar vriend wist het ook niet, dus dat waren twee weggegooide kaartjes. Die bewuste grap kan ik mij niet voor de geest halen, maar de confuse jongedame (en vriend) kan ik me goed voorstellen.

Het probleem met ironie is, dat een uitspraak pas ironisch wordt als deze verrassend afwijkt van een bepaalde norm. Naarmate die afwijking van de standaard groter is, groeit de ironie en dat ervaren wij als grappig. Althans u en ik, die nog verrast kunnen worden. DDD en DDD-achtigen kunnen daar niet om lachen… Die PartyAmber slaat de spijker op zijn kop, want Tinus selecteerde uit allerlei korzelige reacties op luimig bedoelde opmerkingen van mij de volgende bloemlezing.

“Ik ken die historische figuur niet, ik heb nog nooit gehoord van de hoeveelste-ook-weer 
​Wer
eldoorlog, ik lees nooit kranten, ik kijk nooit naar het nieuws (want op de andere tv-zender is sport), ik zit niet op het internet want dat hebben ze niet in het dorp en last but not least… ik lees nooit boeken”. Dat is een ontmoedigend rijtje spontane bekentenissen. Of liever nog ontkenningen van allerlei ervaringsfeiten, die de misnoegde inzenders spijtig genoeg hebben misgelopen. Stuk voor stuk wel valide redenen om ergens niet om te lachen. (Waar ze het volste recht op hebben). Maar gênante onthullingen rechtvaardigen geen overgekookte reacties. Ik stink er iedere keer in als daaronder ook (quasi)slimme vragen zijn. Ik geef nog antwoord ook, omdat ik hen leesplezier gun.

Tinus drukt mij op het hart die zendingsdrift te beteugelen: “Laat ze toch sudderen in hun gelijk. Je kunt ze moeilijk aan een infuuszak met humor leggen…".

Waarschijnlijk zijn ze ook beter af op Twitter en Faecesbook (met dank aan Pablo Zarzuela voor de woordspeling) waar ze hun goede werken kunnen voortzetten.  


© harrem. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.
Nota:
Profiel foto van Breinpijn
Rake tekening naast het stuk (give humor, save live). Kan ik me helemaal in vinden. Het betoog dat je hier houdt, snijdt wel hout vind ik. Hele stammen wat mij betreft. Hoewel het wel zo is dat een cabaretier vaak een bepaald soort publiek trekt. Zou het toch niet een kwestie van smaak zijn? Dat moet haast wel alhoewel er ook exemplaren rondwandelen die van beide vormen van humor houden (geëngageerd en gewoon onderbroekenlol). Ik denk dat ik zo'n exemplaar ben, maar natuurlijk heb ik ook mijn favorieten. Niet alle geëngageerde jongens (en meisjes) vind ik leuk evenals niet alle onderbroekenlollers (goed woord?).
Ik denk dat als je voor het eerst naar een geëngageerde komiek/cabaretier gaat, je toch een bepaalde ‘onderlaag’ moet hebben. Dat had deze Partyamber (en zijn vriendin) duidelijk niet. Je kunt het eerst wel uitproberen, maar lees je een beetje in in de man/vrouw die je bezoekt. Dan weet je een beetje wat je verwachten kunt. Hoeft de DDD (of Taaie Tinus) ook geen overuren te draaien om te sleutelen aan antwoorden die wel eens een plank misslaan.
Tja, over smaak valt te twisten, maar ik lees in ieder geval jouw stukjes over dichtersleed graag. Zou het aan het taalgebruik liggen misschien? 

Wat het laatste betreft: w.s. wel. Uiteindelijk gebeurt er in mijn "verhalen" vaak geen bal, althans niets wereldschokkends. Maar met de verpakking (= taalgebruik) probeer ik er nog wat van te maken. 

Je bovenstaande analyse kan zo als column dienen. Een nog een goeie ook...

(Ik weet dat ik nog op oudere reacties van jou terug moet komen; soms denk ik erg lang na over een relevant antwoord).

Ik ken dat, ik denk ook vaak flink na over mijn reacties. Je wilt jezelf tenslotte toch niet aldoor herhalen. Ik weet ook dat jouw schrijfstijl mij enorm aanspreekt en dat er eigenlijk niet veel gebeurt, maar dat is juist zo knap. Met dat mooie, bloemrijke taalgebruik niets kunnen zeggen: je lijkt wel een politica. Waarmee ik je uiteraard niet wil afschilderen als zo een jongen. Je bent in mijn ogen wel een begenadigd schrijver en dat mag je vieren.<img src='img/smileys/anim_65.gif' alt='/group:' Title='/group:'>