Web tales logo

Welkom op Web Tales

De meest innovatieve schrijverswebsite in de Nederlandse taal


Dichtersleed 4


Geschreven door harrem
20 november 2016 19:07
Categorie: Humor

vorig deel: Dichtersleed 3
volgend deel: Dichtersleed 5

Leestijd: ca. 4 min.
Aantal keer gelezen: 158 Aantal reacties: 1
Aantal leden : 0
Dit werk heeft op de voorpagina in de spotlight gestaan

Waar het dichtersleed is en wie de steeds opduikende DDD is, staat enigszins cryptisch in de voorgaande delen van Dichtersleed verwerkt. Over wat de Lezersclub (hieronder) precies doet, geef ik even dit geheugensteuntje:

Een panel van belezen lieden screent mijn teksten voordat ze eruit gaan. Inderdaad zelfcensuur. Zij (en ik) lezen daarnaast de commentaren, die in de commentaarvensters bij mijn stukjes terechtkomen. Deze zijn regelmatig interessanter dan wat ik zelf produceer. Inspiratie als bijvangst, zeg maar.

Onbedoeld weliswaar, creëerden sommige inzenders van recensies een nieuw typetje van zichzelf. DDD bijvoorbeeld. Hij bestaat natuurlijk niet echt; hij is fictief, maar... hij is er wel degelijk. Met DDD werd oorspronkelijk een grote hond, een Bastaardmastif, aangeduid. Officieel heette hij Pukkie, maar om voor de hand liggende redenen werd hij in mijn wijk de Dikke Drollen Draaier genoemd. Drollen, Mastif… stel er maar wat bij voor. In “DDD Dierendag” kon u lezen wat Pukkie’s favoriete bezigheid was: giga-bolussen deponeren in een voortuin. Opgelucht verliet hij daarna de tuin weer, zeker als de bewoner met een bloemenspuit het huis uit kwam. Met de staart tussen de benen ging Pukkie er steeds tijdig vandoor om een veilig heenkomen te zoeken.

Dit is geen broekscheurend verhaal, dat de wereldgeschiedenis verandert. Ik haal het erbij vanwege de treffende gelijkenis met het gedrag van een tweevoetige tegenhanger van Pukkie: de mens DDD. Dat was de koosnaam, die de Lezersclub hem gaf: de Drammende Dichtende Dominee. Dat behoeft weinig uitleg, want hij dramde, hij dichtte en hij sloeg een prekerig toon aan. Ook deze DDD ontlastte zich van wat hem dwarszat door zijn innerlijke roerselen op het internet uit te drukken. We komen hem tegen in allerlei commentaarvensters. Als iemand hem vraagt zijn zemelige commentaar toe te lichten, geeft hij niet thuis. DDD trekt zich terug achter zijn anonieme account en metselt zich in achter een “blokkade”, waardoor hij niet bereikbaar is. Drol achtergelaten, klaar is Kees en nu vanuit die veilige positie lekker gniffelen.

Ik kende die hele DDD niet, maar ik had het unheimische gevoel dat ik hem toch wel moest (her)kennen. Op een helder moment realiseerde ik mij dat DDD niet alleen in de commentaren voorkwam. Ik heb haar (want soms is DDD een vrouw) op een buurtstation in Amersfoort een kordate man zien aanpakken. Hij loosde kinderen van het spoor het perron op (er komen daar vier keer per uur treinen langs!) wat haar stoorde. Ze nam het op voor die schatten met: “Hun mogen ook niks van jouw. Jij ben’ zelf toch ook jong gewees’?” Niet veel later stond DDD, dit keer een man, aan het hoofd van een morrende menigte in Amsterdam. Een voorbijganger raapte in een dwarssteeg van de Kalverstraat een meisje op, dat halfbewusteloos in haar eigen kots lag. Dreigend voegde DDD hem toe: “Niet mee bemoeien, meneer! Laat ‘r legge...”. (DDD’s eigen bemoeizucht telde niet mee).

Dit is uit eigen waarneming, maar politie, ambulancemedewerkers en hulpverleners in het algemeen kennen dit fenomeen. In een vorige deel kwam aan de orde dat deze dwarse houding sinds eeuwen een onhebbelijkheid is van ons volk (de filosoof Spinoza daarover in de 17-de eeuw!). De herinnering aan “een klein volk, maar met een grote scheur” wordt levend gehouden door Nederlandse vakantiegangers in het buitenland en anders wel door onze eigen voetbalvandalen. Er is zoveel om wel trots op te zijn, maar dan is er opeens dat rapport, dat meldt dat Nederlandse kinderen hun Europese leeftijdgenoten (puberleeftijd) ver achter zich laten met op het internet tieren, schelden, liederlijk taalgebruik en pesten. Onbehouwenheid en een automatisch verzet tegen alles wat boven het maaiveld uitkomt, lijkt in de genen te zitten. In dat licht past een bezoek, dat DDD mij bracht door zijn commentaar achter te laten bij een hekelstuk. Toen bleek, dat hij niet vertrouwd is met dat genre (ironie dus), maar dat terzijde. Het meest in het oog springend was echter die onhebbelijke gewoonte om het zogenaamd op te nemen voor de zogenaamd zwakkere. Het lijkt politiek correct, maar het is gewoon obstinaat.

Ongewild toonde hij een geestige kant. In ironische verhalen van mij passeerden moordlustige dictators, echtbrekers, oplichters, vadermoordenaars, fraudeurs en nog wat parels uit de maatschappij de revue. Waarschijnlijk liet ik mij daar niet zo positief over uit. Kijk, dat was natuurlijk stom van me… want dan kom je DDD op je pad tegen. In een reflex schreef hij een commentaar waarin hij zich begaan toonde met door mij aan de schandpaal genagelde personages. Bestraffend wees hij mij erop, dat ik mij rechtstreeks tot hen had moeten richten, omdat “dat transparanter was” (citaat).

Het is moeilijk zo iemand serieus te nemen. Mijn zwakte is, dat ik dat toch doe. Ik besloot als reactie op zijn commentaar hem een toelichting te vragen, want zomaar wat rondroepen is niets. Ik heb geprobeerd uit te leggen, dat zijn suggestie onmogelijk was op te volgen, omdat het gros van de door mij besproken personen zou moeten worden opgegraven. Denk aan Hitler, Djengis Khan en wat Romeinse keizers. En wat de rest betreft… Hoe kom ik aan het postadres van bijvoorbeeld Kim-Il Jong en Eppie Erdogan. Maar zoals met meer ongemakkelijke lieden het geval is… met zulke scherts worden ze pas echt boos! De beloning die mij ten deel viel was een gedichtje met deze opmerkelijke tekst: “Blah-blah-blah”.

Ik ben niet echt thuis in Dichtersland, maar dit juweeltje getuigde van echt Dichtersleed, een voorwaarde om goede gedichten te schrijven. Het compliment dat dit het beste was dat ik ooit van hem had gelezen, kon hij niet waarderen. DDD's verheffende teksten waren plotseling verdwenen uit de commentaarvensters. Maar ook mijn reacties daarop waren verwijderd. Dit gaf mij de leerzame sensatie, zoals schrijvers in Turkije die tegenwoordig ervaren. Floep… tekst weg door censuur. Ik beschouw het maar als een nuttige oefening in nederigheid, maar ook dankbaarheid was op zijn plaats. Zo'n wonderlijk creatuur als DDD zou ik toch nooit kunnen verzinnen.

Hij vond zichzelf uit!


© harrem. Dit werk blijft te allen tijde eigendom van de auteur. Zonder zijn/haar toestemming mag dit werk niet gebruikt worden voor andere doeleinden dan lezen.
Nota:
Profiel foto van Breinpijn
Ik kwam net met een schok tot de ontdekking dat ook ik de DDD kan zijn en dat dus...***        .....(*******0  888************* )                    *******&^****** 
P*********ie, alles weggecensurreerd. Wa's dat nou???
Zal ik er dan maar ‘mooi stuk’ onder zetten? 

Het laatste dat jij bent is (een) DDD. Daarvoor is nodig een cursus bekrompen worden in vijf lessen .

DDD schrijft tegenwoordig trouwens over sex; opwindend hoor (denk ik).

Dank voor de altijd stimulerende teksten. Zelfs na (zelf)censuur leuk...